Ik word wakker van licht gedruppel op de tent en sla een beetje in paniek. Ligt alles binnen? Gelukkig is dat het geval en is het maar wat motregen. Het is 6u30, een mooi uur om op te staan en de reis verder te zetten. We hadden ons tijdens de rustdag laten opmerken door een paar habitués van de camping die onder het mom van te vissen volgens ons eerder hele dagen aan de drank zaten. Bien had ze over ons reisplannen verteld en dat vonden ze geweldig. Op weg naar het ochtendtoilet stonden ze één voor één dan toch nog even stil om onze tandem uit te checken en vervolgens hoofdschuddend hun weg verder te zetten “naar achter”. Het is nog geen 9 uur wanneer we aanzetten. Vlot naar onze normen. Eigenlijk gaan nu pas echt Denemarken binnen. Gisteren waren we nog boodschappen gaan doen in de winkel net over de grens met Duitsland en ook voor het avondeten waren we nog overgestoken. Nu gaat het echt verder noordwaarts. In Denemarken is alles kleinschaliger dan in Duitsland. Je hebt de typisch rood met witte houten huizen, vaak met rieten daken, de banen zijn wat kleiner en hoewel het landschap zeer gelijkaardig is als pakweg een kilometer of vijf zuidelijker doet het toch allemaal wat gezelliger aan. 



Van Rudøl rijden we over de dijk naar Højer en zo langs de kust weer verder Noordwaarts. We krijgen een paar vlagen motregen over ons, maar de wind waait die onmiddelijk terug droog. De wind is dus ook terug van de partij. Er zijn nog zekerheden in het leven. We houden even halt aan Vesterende-Ballum een leuk klein typisch dorpje met een nog meer typisch kerkje. Als de architekt van dit model geld gekregen heeft voor elk exemplaar dat ze hebben neergepoot in Denemarken is hij slapend rijk geworden. Onderweg naar Ribe maken we voor het eerst kennis met de Deens kiezelwegen. Ook de ondergrond is heel anders van land tot land. In Nederland heb je goed onderhouden fietspaden langs de hoofdwegen, perfect in visgraat gelegde rode kasseien in de dorpjes, betonplaten op de dijken, en bestonden de “niet verharde wegen” eigenlijk voornamelijk uit vergruizelde schelpen, waardoor ze toch redelijk hard waren. In Duitsland lagen de fietspaden er bij momenten erbarmelijk bij met wortels van aanpalende bomen die voor ongelofelijke bobbels zorgden. Ook hier heb je in de dorpen rode kasseibanen, alleen liggen die niet in visgraat en een stuk hobbeliger. De rest zijn harde aarde wegen met de noodzakelijk putten en stenen. In Denemarken liggen de wegen er dus weer opmerkelijk beter bij, maar de kiezelwegen zijn een kwelling om met de fiets op te rijden. Het zijn grote ronde losliggende kiezels. Het is dus keihard doorstoempen. Met onze kleinere wielen trappen we dan ook al eens door. Je moet ook goed opletten dat je voorwiel niet wegglijdt, kortom geen ideale fiets ondergrond, maar het zijn net deze wegen die je naar de mooiere plekjes leiden. 

Het zijn dus via deze wegjes en mooie plaatsjes dat we uiteindelijk in Ribe aankomen. Het oudste stadje van Denemerken waar vroeger de handel bloeide, moet het nu blijkbaar toch vooral van het toerisme hebben. We poseren bij de Domkerk, werken een pasta naar binnen om dan via de oude huisjes ons terug een weg naar de kust te banen. Behalve het laatste stuk dat langs een grote baan loopt, is het een mooi stuk naar Esbjerg. Regenen doet het in de namiddag niet meer, maar de temperatuur is sterk gedaald en de wind is verder aangetrokken. Dat laastste is de aanloop naar morgen. We zijn moe en een beetje onderkoeld wanneer we is Esbjerg aankomen. De stad zelf, met de grootste haven Denemerken kan je moeilijk erg gezellig noemen. Dat komt waarschijnlijk omdat de stad pas in de 19e eeuw gebouwd werd. De vele laagbouw wijken doorspekt met shoppingmalls doen ons heel Amerikaans aan. Ik wil nog langs een fietswinkel passeren om naar een zadel te kijken voor Bien in de hoop iets comfortablers te vinden voor haar poep, maar die blijken allemaal al om 17u te sluiten. Een streep door de rekening. Dan maar inkopen doen voor de avond en de ochtend en op naar de camping. Die ligt toch nog een kleine 10km buiten de stad. Dat is ver op het einde van de dag. Het niet meteen het soort camping waar we het liefst verblijven, een grote met zwembad en alle andere voorzieningen. In Denemerken wil dat zeggen dat je ook een volledig uitgeruste keuken ter beschikking hebt. Kookplaten, oven, microgolf, alles er op en eraan. En dus ondanks dat het niet echt ons meug is zijn we blij er te zijn. We maken spagetti saus en verorberen die smaakvol met een glaasje witte wijn. Door de vermoeinde tocht en de wijn laat de man met de hamer niet lang op zich wachten en liggen we binnen de korste keren te slapen. ‘s Nachts worden we een paar keep opgeschrikt door hevige windstoten. Ik besluit zelf op te staan om de fiets wat te verzetten uit schrik dat die op of door de tent zou vallen. 

 




Bij het ochtendgloren blijken de weersvoorspellingen volledig te zijn uitgekomen. De wolkensluiers van gisterenavond zijn weggetrokken maar met deze wind blijft geen enkel toepet op zijn plaats zitten. 8 tot 9 Beaufort is niet meteen ons idee van een lekker weertje om een gezellige fietstocht te gaan maken, laat staan 100km of meer af te leggen. We twijfelen heel hard, maar besluiten uiteindelijk een stuk gemotoriseerd af te leggen. Voor morgen wordt gelijkaardig weer voorspeld. Nu zitten we nog vlakbij een grote stad en hebben we opties, als we nu gaan fietsen hebben we die morgen niet meer. Op weg naar het station worden we bijna van onze fiets geblazen. Een bevestiging van de juiste keuze. 



Wanneer we bij het station aankomen is de enige vraag nog waar naartoe? Een beetje tot onze verbazing, Esbjerg is de vijfde stad van Denemerken, zijn er geen loketten in het stationn enkel automaten. Ik had wel een spoorwegplan op het internet bekeken, maar niets overtreft het advies van een lokale spoorwegen expert. Wanneer ik wat opties bekijk via de automaat krijg ik het nummer van de klantendienst aangeboden. De expert op afstand, zoals het hoort de dag van tegenwoordig. De vriendelijke callcenter agent met dik Deens accent help me heel vriendelijk verder. Hirsthals direct, waar we de ferry op moeten naar Noorwegen, zal moeilijk zijn. Er  zijn werken op de lijn en die moeten met de bus overbrugt moeten worden, dus dat lukt niet met onze fiets. Dan maar naar Thisted. 






Dat is het verst noordelijke station in het westen van het land. Volgens de weer app, waait het daar wat minder en komt de wind meer uit het westen, dat zou in ons voordeel moeten zijn. Terwijl we op de trein door de grote ramen naar buiten kijken beklagen we het ons geen één keer dat we niet fietsen vandaag. De windmolens draaien dubbele shiften. De maïs ligt zo goed als plat tegen de grond. Drie lokale treinen en een uur of vier later komen we aan in Thisted. Het is net voor vieren. Op de trein hadden we de verdere opties bekeken. Eerst was het idee in twee kleine etappes naar Hirtshals te gaan. We besluiten echter vandaag nog een eindje te fietsen dan kunnen we morgen in één dag de dikke honderd kilometer naar Hirtshals overbruggen en eventueel een dagje langer in Bergen spenderen. De app heeft weer niet gelogen. De wind lijkt getempterd of zo lijkt het toch want voor het eerst sinds ons vertrek in Gent zit hij grotendeels mee en wind mee blaast altijd minder hard dan wind tegen. Op de kleine 200km die we met de trein aflegden is het landschap is duidelijk veranderd. Meer glooiend, wat meer bomen en meertjes. Mooi. 

We zoeven door het landschap tot net voor zevenen. Tijd om de tent op te zetten, eten klaar te maken en op tijd klaar te zijn om naar onze Rode Duidels te kijken. In Thisted kochten we sla en Røkvis. Er moet dus niet veel gekookt worden. We kopen nog een fles rosé bij de camping winkel. Het plaatje is volledig. De rest is geschiedenis. We zien de Duivels winnen tegen Brazilië in een match die zelfs voor een niet-voetbalfan als ik als puur entertainment kan worden beschouwd. We zullen onze Belgische vlag achteraan op de fiets met nog een beetje meer trots verder voeren. We worden ‘s nachts een paar keer bijna uit onze tent gewaaid, maar uiteindelijk blijft alles toch overeind. 


 

We staan wat vroeger op om zeker op tijd te kunnen vertrekken. De ferry vertrekt om acht uur deze avond. Laatste check-in is zeven uur. Er kan altijd iets fout gaan waardoor we tijd verliezen dus better safe than sorry. Maar de wind zit mee, de zon schijnt en de wegen zijn biljart tafels. Wat kan er fout gaan? Je vraagt je af of ze het er om doen die Denen, maar de namen die ze aan hun dorpen geven zijn bij wijlen hilarisch. Gisteren sliepen we nog een Jammerbugt, nu rijden we langs Slettestrand.


Een heel mooi strand, maar zonder flexe sletjes. Het eerste uur leggen we af aan een gemiddelde snelheid van 20km per uur. We reden nog nooit zo snel, een echt plezier. Vanaf Slettestrand gaat het verder de duinen door. Ook de Denen houden van vakantie aan zee. Maar in tegenstelling tot wat we kennen uit België en Nederland zetten ze hier pittoreske vakantiehuisjes in de duinen. Met hun groendaken verdwijnen ze soms bijna in het landschap. Ach, ik spreek me niet uit over wat vanuit een natuurbehoudstandpunt beter is, maar het ziet er in elk geval minder mottig uit dan een dijk vol beton. Om aan die huisjes te komen moet je over grintwegels en daar ploeteren wij ons een baan door. De wind lijkt ondertussen ook te draaien. We houden halt in Blokhus voor de lunch. Blokhus lijkt een beetje het plaatselijk Knokke Le Zoute, maar iets minder potserig. We kopen een sandwich in de lokale supermarkt en eten die op het centrale plein op. Daar worden ook Belgische wafels aangeprezen. Je voelt je direct thuis. Wanneer het broodje naar binnen gewerkt is volgen we terug de plakaatjes « 1 » van de Noordzee fietsroute. Die leiden ons recht naar het strand. We vragen ons af of we wel juist zitten, maar we zijn hier niet alleen. Eens te meer zeer amerikaans rijdt iedereen hier gewoon met de auto het strand op en leggen ze zich dan naast de auto, die als windscherm dient, te zonnen. Het zand is hard en we rijden wel, maar echt vlot bolt het toch niet. De wind is ondertussen weer helemaal gedraaid en komt pal uit het Noorden. De richting waar wij uitgaan. We duwen door tot plots ons voorwiel in het zand scheef wegzakt. Naarmate we verder gaan, rijden er minder auto’s het zand hard. We zijn te zwaar geladen om vlot de zandstrook te overbruggen, en ze is zeker nog 5km lang. Met de strikte deadline van de ferry in het achterhoofd besluiten we terug te keren en een alternatieve route te nemen. Die leidt ons eerst nog via macadam wegen, maar uiteindelijk toch terug de duinen in op het grintpad. Het is mooi, echt mooi, maar de tegenwind en het grint gecombineerd werken weer heel afmattend. 

Het contrast met deze ochtend kan niet groter zijn. We komen weer in een duinendorp met vakantie huisjes en profiteren even van een afdaling. Ik moet ergens een plakaatje gemist hebben want wanneer ik twee minuten later op de gps kijk zie ik dat we van de weg zijn afgeweken. De weg is ondertussen helemaal verzand. Terugkeren, bergop lijkt me geen optie. De kaart geeft aan dat we mits een klein stippellijntje terug op de route komen. Dat stippellijntje is natuurlijk een wandelpad door de duinen. We ploeteren met de tandem door een streepje los zand met aan weers zijden rozenbottel. Wanneer het eindelijk in zicht lijkt gaat het pad stijl omhoog. Ik kan wel ontploffen. Alles zag er perfect uit deze ochtend, en dan zo iets. We laden de bagage van de fiets en steken fiets en bepakking apart de duin over.


Voor we terug aanzetten kijk ik wijselijk of er ons geen andere verassingen te wachten staan. En ja hoor, een beetje verder staat er weer strandstrook op het programma. We wijken uit naar route 55. Een stuk minder charmant, maar die leidt ons wel in een rechte lijn naar Løkken. Tijd voor een ijsje. Terwijl de Twister voor verkoeling zorgt kijken we wat de rest van de weg naar Hirtshals nog in petto heeft. 42km langs de Noordzee fietsroute, 32km langs de grote baan. Het is ondertussen 16u. Met de duinen perikelen en de kiezelpaden achter ons besluiten het zekere voor het onzekere te nemen en gaan we langs de grote baan. Rond 18u komen we eindelijk in Hirtshals aan. De stad zelf stel niet veel voor. We dachten nog wat inkopen te doen voor op de boot maar vinden geen winkel en voor we het weten zitten we in de haven en rijden de check-in lane van de Fjordline ferry op. We fietsen vlot voorbij de rij met wachtende auto’s tot net voor het loket. We kijken even rond en wanneer een auto wegrijdt schuif ik aan naar het raampje van het loket. Of er speciaal fietsaanmeldpunt is, vraag ik naïef. Die is er niet en de loketbediende is niet opgezet met het feit dat we alle auto’s hebben voorbijgestoken. Ze vinden het heus niet zo erg repliceer ik en ik zwaai met een brede glimlach naar de mensen in de auto die we net voorstaken. Alsof we het afgesproken hadden, zwaaien ze breed glimlachend terug. “Het is goed voor een keer”, zegt de loket bediende, “maar de volgende keer moet je echt wel achter de auto’s aanschuiven”. Tja, de volgend keer. Na een uurtje wachten tussen onze motard vrienden komt de ferry de haven binnengevaren. Als wilde beesten die te lang hebben vastgezeten, racen de vrachtwagens, auto’s en mobilhomes het vrachtruim uit en nog een halfuurtje later mogen wij er het ruim in. We hebben dit wel eerder gedaan, maar het blijft wel wat bevreemdend. De verhouding tussen ons en de fiets en de vrachtwagens en de boot, er klopt iets niet aan. Maar veel tijd om na te denken is er niet. We verzamelen de bagage en begeven ons richting onze cabine. Er is weer een hoofdstuk afgesloten. Denemarken ligt achter ons. Op naar Noorwegen. Van hier gaat het in een stuk door naar Bergen. 












Vandaag is het zover: alweer een mijlpaal, de grens met Duitsland. De Noordzeefietsroute zou ons via Emden, Norden en Wilhelmshaven moeten leiden, maar ook nu besluiten we van de route af te wijken en in een rechtere lijn naar Nordenham te rijden om daar de Wezer over te steken naar Bremerhaven. Van Kolham/Foxhol gaat het grotendeels via het kanaal naar Bad Nieuweschans het laatste dorpje in Nederland. We volgen onbewust de Dollard-route die de eigenaar van de vorige camping ons aanbevolen had. Die leid ons langs alweer mooie dorpjes met opvallend veel huizen in wat we voor het gemak “Amerikaans Koloniale Stijl” zullen noemen. Want de gelijkenis met de bouwstijl met die van bepaalde dorpjes in Texas, waar we een jaar of twee geleden doorreden is treffend. 



Een grens is er niet echt, het is dus een beetje een anticlimax wanneer we volgens de kaart in Duitsland zijn maar daar geen noemenswaardige aanduiding voor hebben gezien. Dan maar een foto bij het eerste Duitstalige bord aan de spoorweg. Een beetje verder zijn we in Bunde, het eerste dorp in Duitsland. Tijd voor een Schnitzel mit Jaegersause en een frietje. Die pleegt enige tijd later een Blitzkrieg op mijn darmen waardoor ik gehurkt in de gracht terecht kom. Gelukkig zonder erg. Toch wat beter opletten met wat we eten onder de baan.



Het zal misschien niet helemaal verbazen, maar het is een stuk minder pittoresk in Duitsland dan in Nederland. We maken ons de bedenking dat het eigenlijk wat als Vlaanderen aandoet. Je waant je tussen de varkensboerderijen van Wingene. Er blijken ook twee soorten fietspaden. In tegenstelling tot wat we dachten zijn ook hier knooppuntroutes, maar daar hebben we niet echt een plan van en dan zijn er wat meer lange afstandroutes tussen dorpen aangeduid. Die laatste durven al eens via fietspaden langs grotere wegen lopen. We trachten toch een combinatie te maken met Google Maps als backup. We laten Leer links liggen. De campings zijn hier beduidend minder dik gezaaid en we hebben nog een fikse afstand af te leggen. Wat verder komen we onze eerste echte Biergarten tegen en dan is de verleiding toch te groot. “Ein Eisbecher mit Erdberen” kan er wel in. We werken die smaakvol naar binnen met zicht op het kanaal en het pontje. 


We vervolgen de weg naar Detern waar we in de lokale supermarkt eten inslaan voor de avond. Het is ondertussen al een uur of zes en we hebben nog een kleine dertig kilometer te gaan. Aan ons tempo betekend dat een uur of twee. We moeten van de landelijke baantjes afwijken en gaan dus de hele weg rechtdoor. Eerst langs een fijn aangelegd fietspad, maar op het einde wanneer de vermoeidheid echt toeslaat maakt dat plaats voor een kasseibaan die niet meer onderhouden lijkt te zijn sinds de tweede wereld oorlog. We hotsen en botsen ons een weg naar de camping. De aanpalende kroeg blijkt ingepalmd voor een trouwfeest. Gelukkig gedragen de gasten zich. De camping zelf is hyper georganiseerd. De receptie is, wanneer we om 20u30 aankomen gesloten, maar via de een aanmeldtelefoon krijgen we de eigenaar aan de lijn. Die zegt dat we onze tent op een veldje naast de ingang mogen stellen. Met een code krijgen we  toegang tot lade met een een badge en douche muntjes. Met de badge kunnen we overal binnen, inclusief in de ingerichte keuken, met winkeltje en een koelkast met frisse Paulaner. 


Het is na tienen wanneer we afscheid nemen van Herr Bösel, de eigenaar van de camping. En of we alles gevonden hebben en het naar onze zin hebben gehad. Eigenlijk zijn we niet veeleisend. Zolang het maar een beetje proper is en er lekker warm water uit de douche komt zijn we tevreden. 


De wegen ten zuiden van Zetel zijn veelal kasseibaantjes. Niet echt mijn dada zou mijn moeder zeggen, en hoewel Tom Boonen zegt dat je met de juiste snelheid daar over vliegt alsof het macadam is, heb we moeite om die snelheid te vinden. Via Varel gaat het naar de onderkant van de Jadeboezem richting Nordenham. Onderweg, Seefeld, komen we plots aan een lokaal marktje. Ideaal want het is zondag middag en veel open winkels hebben we nog niet gezien. We skippen de frituurkraampjes, oh neen, foodtrucks heet dat tegenwoordig, en kopen Swartzbrott met Leberwürst en wat lokale kaas. Met de halve komkommer die ik nog in de tas zitten heb vormt dat een autenthiek Duits middagmaal.





 In Nordenham gaan we dus nog maar eens de ferry op en steken we de Wezer over naar Bremerhaven. Zoals gezegd zijn hier beduidend minder camping dus moeten we goed nadenken tot waar we rijden. Gezien het zondag is besluiten we het zekere voor het onzekere te nemen en houden we halt aan de eerste camping die we tegen komen in Bad Bederkesa. Het is zes uur, en we komen niet aan onsgemiddeld aantal kilomters, maar het mag wel eens wat minder zijn ook. De camping in Bad Bederkesa heeft vroeger wel hoogdagen gekend, maar is duidelijk over de top heen. Behalve aan de kust waar je veel meer “echte” toeristen hebt valt het op de campings landinwaarts op hoeveel vaste gasten je hebt die vaak van helemaal van niet zo ver komen.

Wij planten onze tent rechttegenover een caravan met een gezin met twee tieners. Hun hond verwelkomt ons hartelijk. De vrouw excuseert zich voor de hond en feliciteert onze met onze inspanning. Hoe verder we van België verwijderd raken hoe meer bekijks we hebben en hoe meer mensen ons vragen van waar we komen en naar waar we gaan. We genieten van de extra tijd die we hebben en staan lekker lang onder niet door jetons beperkte de warme douche. De keuze voor deze camping was mede als de afstand bepaald door het aanpalend restaurant we we ons de vis en witte wijn lekker laten bekomen.
 

‘s Ochtends terwijl we al aan het afbreken zijn komt onze buurvrouw op ons af. Of we geen koffie willen? Ik zeggen neen en krijg prompt een Latte Machiato voorgeschoteld. De voordelen van iets luxueuzer te reizen neem ik aan. We raken aan de praat en maken gebruik van hun rafel en stoelen om te ontbijten. De bananen die we gisteren niet konden kopen omdat het zondag was steken ze ons gul toe om de anders wat droge havermout met noten vlotter naar binnen te werken. De babbel en wat uitgebreidere ontbijt heeft ons weer wat later doen verrekken, maar ook dat moet kunnen. Het gaat verder langs brede kanalen noordoostwaarts. Wie denk dat enkel de Duitse autobahn Baustellen heeft vergist zich. Ook wij stoten er op een paar en deze ene langs het kanaal sluit de hele weg af. “Umdrehen!” gediedt de jonge snotaap ons. Heb je het plakkaat dan niet gezien? Heel vriendelijk geef ik aan dat we onze weg niet zo goed kennen dat dat onze route langs deze weg loopt en of het misschien alsjeblieft toch mogelijk zou zijn de korte afstand langs de kraan met “marteaupickeur” in de berm af te leggen. Na een kort overleg met de verantwoordelijke der werken en een waarschuwing de volgende keer wat beter uit ons doppen te kijken, mogen we er toch langs. Dat heeft ons vlot 10km uitgespaard. We rijden verder tot in Wischhafen. Hier gaan de imposante Elbe over. 




Toch nog een voordeel van met de fiets te zijn, met een klein beetje een schuld gevoel rijden we gewoon langs de lange rij met wagens, mobilhomes en vrachtwagen die daar duidelijk al langer dan een uur staan aan te schijven. Wanneer wij aan de steiger komen is het vijf minuutjes wachten en kunnen we de boot op. Het is een mooie overtocht die ons weer op de Noordzeefietsroute brengt. Aan de overkant gaat het van Glückstadt via de Elbedijk naar Brünsbuttel. Het is al ver in de namiddag maar we vinden maar niets om te eten. Behalve visfrietkoten is er geen winkel of restaurant te bespeuren. In Brokdorf passeren we dan toch een supermarktje. De zoektocht naar een wat idillischer plaatsje om ons eten te verorberen brengt ons uiteindelijk in de voortuin van een huis langs de baan. Vanuit Brunsbüttel is het nog een kleine dertig kilometer naar onze bestemming. De moraal bij Bien zit niet echt hoog en het gaat weer langs een lange rechte baan tegen de wind in. We willen ook graag op tijd zijn want vanavond spelen de Duivels achtste finaletegen Japan. We willen die walk-over niet missen. We stoempen door tot Meldorf. De laatste inspanning heeft Bien wat gekraakt. Het gaat niet meer. Gezien Meldorf eerder een klein stadje dan een dorp blijkt te zijn, besluit ik op zoek te gaan naar een hotel. Het enige hotel in het centrum is volzet. Jammer het zag er zeer aanlokkelijk uit. De korte pauze heeft Bien echter weer moed gegeven. We gaan naar de supermarkt, de camping is maar een kilometer of vijf meer. De match is al begonnen wanneer we aankomen. Terwijl ik eten klaar maak zet Bien de tent op. Via de iPad kijken en luisteren wat van ver naar de erste helft. Geen walk-over dus. Wanneer we aan tafel gaan begint de tweede helft en verslikken we ons meermaals in ons biefstuk. We zien onze Duivels uitiendelijk toch weer winnen. Bien telefoneert nog met de kindjes en zo komt alles toch weer goed. 




We zitten niet al te ver meer van de Deens grens maar twijfelen toch wat ermee te doen. Via de Noordzeefietsroute is het nog een dikke 160km. Te veel dus om in een dag te overbruggen. We besluiten het er toch op te wagen en snijden het erste stuk naar Tönning en Husum recht af in plaats van via de kust te rijden. Onderweg eten we snel een broodje en in Husum is het weer ijsjestijd. Op het terras spreekt een Nederlander ons aan. Die is via Polen, de Baltische staten en Finland naar de Noordkaap gefietst en was nu via Zweden op zijn terugweg naar Utrecht. Een flinke onderneming, zeker zo helemaal alleen. Hij geeft ons wat interessante info mee rond kamperen in het Noorden. Ook Husum is weer een gezellig hevenstadje. Geen citytrip waard, maar zeker de moeite om te stoppen wannneer je er langs rijdt.


 Op de weg uit de stad stoppen we nog langs de apotheek. Talkpoeder. We hadden er eerder moeten aan denken. Na de dikke 50km langs de grote baan in de ochtend besluiten we toch weer langs de kust te rijden. De route is iets langer, maar hoogstwaarschijnlijk minder saai. Een gemengde keuze want we rijden inderdaad langs een stukje heel mooi natuurgebied een landtong met zicht op de Noordfriese Waddenzee. Tussen de schaapjes van poortje tot poortje. Onze vriend de wind is echter ook weer van de partij. Na meer dan een week word je er wel wat aan gewoon, maar echt comfortabel is het toch niet. Op den duur is het bijna meer het constante suizen in de oren dat vervelender wordt dan de tegenwerking van de wind. Op de rechte stukken en zeker met de wind zijn we iets minder van zeg. Een stuk door noodzaak, we horen elkaar toch niet, een stuk door de inspanning. Op die momenten zijn het wij, de fiets en de wind,...en onze ketting. Al sinds we duinen van Zandvoort verlaten hebben kraakt en piept het kreng dat het geen naam heeft. Net voor de Duitse grens had ik kettingwax gekocht, maar ik was er nog niet in geslaagd die eraan te smeren. Plots overvalt me de schrik, terecht of onterecht, dat de ketting misschien wel eens zou kunnen breken. We stoppen aan een inhammetje en ik smeer het goedje aan de ketting. Wanneer we onze weg vervolgen blijft enkel nog het suizen van de wind over in onze oren. In een zeldzaam windstil hoekje is het zelfs een beetje bevreemdend. We horen ons zelf niet rijden. 





Als een stealthvliegtuig beginnen we vanuit Dagebüll aan het laatste stukje Duitsland van deze trip. We laten het mooi stuk natuurgebied achter ons en zigzaggen ons een baan door de polders. Vanaf de honderdste kilometer wordt het iedere weer lastig. Het zijn niet zozeer de benen, waar we in het begin wel last van hadden, maar vooral het zitvlak. Ik zal de details besparen, maat het ziet er niet meer uit als een babypoepke. De laatste kilomters zijn dan ook af tellen, het is aan mij om te de moed te verliezen. Ik heb er even mijn kl%t$n van vol, maar de euforie is des te groot wanneer we eindelijk de Deense grens bereiken. Die wordt met een oude Tuborg reklame in de verf gezet. De camping ligt net over de grens. De Deense politie politie staat ons aan hun kant van de grens op te wachten. We zwaaien vriendelijk in de hoop onze paspoort te moeten bovenhalen, maar ze laten ons gewoon passeren. Ze zien hier wel meer zotten. 

 

Het is me trouwens wat die grenzen. Ze zijn zo gezegd al een tijdje verdwenen, het café langs Duitse zijde heet trouwens ook “Alter Deutscher Grenzkrug”, maar je steekt de grens over en plots spreekt men geen woord Duits meer. Enkel Deens en Engels. En hoewel we hier in een boerenhol eerste klas zitten staat langs Duitse zijde nog een supermarkt waar je chocolade en alcohol in economy verpakking kan kopen, omdat die zijn veel duurder in Denemarken. En dat blijkt. Het is 20.30 en in het restaurant naast de camping waar ik heimelijk gehoopt had nog een feestelijk diner te kunnen bemachtigen heeft de kok het op een lopen gezet. De serieuze biedt ons echter haar beperkte kookkunst aan in de vorm van rijkelijk belegde boterhammen. Na 120km is alles een feestdiner zeker in combinatie met een glas wijn en een pintje. 




Wannner ik de rekening vraag klokken we af op €43. Die Vikingen weten fiks door te rekenen voor boterhammen met mede. Het verklaart ook waarom de helft van de camping op wolken loopt. Die teren waarschijnlijk op de “goedkope” drank uit de supermarkt vijf minuten verder aan de Duitse grens. 

Tijdens de rustdag doen we weer de was en schrijven we verhaaltjes. Een ideale dag activiteit om uit te rusten. Het is bewolkt. De eerste dag sinds ons vertrek. Ondanks onze belofte terug te komen, nemen we ‘s avonds de proef op de som en gaan we dineren in der Alter Deutscher Grenzkrug aan de overkant van de grens. We drinken soep eten elk een halve kip met extra sla en drinken evenveel als gisteren en zijn nauwelijks meer geld kwijt. Dat beloofd dus voor de komend dagen en weken. Soit we zijn weer een grens over en na een dag rust in de poep en de benen, met versgewassen kleren klaar voor de laatste rechte lijn naar Noorwegen. We hebben een dikke 960km achter de rug. Naar Hirtshals is het nog een 500-tal km. Dat is hopelijk voor eind deze week, begin volgende week. 

Neen, dit is niet de naam van een nieuwe wielerklassieker, maar het zou tegelijik ook zomaar wel het geval kunnen zijn. Het schrijven lukt dus minder vlot dat gedacht. De dagen beginnen vroeg en eindigen laat. We willen graag de nodige kilometers doen en zijn niet echt snel bij het vertrek.  

Op de duinencamping in Katwijk zijn we na een goede nachtrust dus zijn we tegen 6.30 weer van de partij. Op het kleine trekkersveldje waar we stonden begint ook in de andere tenten leven te komen. Zoals steeds doen wij er het langst over om aan te zetten, maar er zijn er die slechts met een pover of helemaal geen ontbijt aanzetten, terwijl wij onze buikjes vullen met havermout, noten en fruit. De tocht begint eigenlijk op de dijk van Katwijk, of moet ik promenade zeggen. Hier valt het meteen op dat in tegenstelling tot wat vele Belgen denken wij niet de enigen zijn die onze kust hebben volgebouwd. Ok, iets kleinschaliger als bij ons, en de dijk noemen ze hier dus promenade, maar verder bijna even lelijk en van de pot gerukt. We komen maar moeilijk vooruit. De wind staat weer snoeihard op de kop en zo onbeschermd lang de kust valt dat tegen. Van Katwijk gaat het naar Noordwijk en dan terug de duinen. Glooiend als op de rups van de kermis banen we ons een weg richting Zandvoort. De tegenwind en het op en neer fietsen werken snel afmattend. Wanneer we in Zandvoort bijna van de dijk gewaaid worden besluiten we de Noordzee fietsroute even te laten voor wat ze is en verder landinwaarts te trekken in de hoop wat meer beschutting te vinden. Via Bloemendaal gaat het naar Ijmuiden. Aan Velzen-Zuid gaan met het pont het Noordzeekanaal over. Dat er in Noorwegen redelijk wat ferrys op het programma stonden wist ik, maar ik had daar eigenlijk niet echt rekening mee gehouden op dit stuk. Onze poep en benen verwelkomen de kleine stukjes per boot en tot nu toe hebben ze ons nog niet al te veel vertraagd. 





We rijden slingerend langs de grachten op of langs de dijk en volgen de knooppunten. Nederland is het fietsland bij uitstek. De knooppuntroutes kennen we natuurlijk ook bij ons, maar de kwatliteit van de wegen is toch een stuk beter. Zelfs de “pittoreske” grintwegeltjes liggen er vaak beter bij dan de gemiddelde boeren weg in Vlaanderen. Dorpjes als Krommeniedijk of Graft zijn echte kleine pareltjes. Je wilt er waarschijnljk niet wonen, want er valt volgens mij geen moer te beleven, maar het is wel beeldig om door te rijden. In Graft zien we plots een vlaggetje “Ijsje?”. Een geweldig geslaagde reklame van Ola. Wanneer we stoppen blijkt het kleinste snoepwinkeltje van Nederland gesloten. Wat een afknapper. We zetten terug aan en rijden een beetje onverwacht ten midden een kolonne fietsers. Uit de groep komt plots een schreeuw: “Fwatuur!”. Wanneer een auto ons voorbijsteekt, daagt het ons dat dit in Nederland de stijlvolle manier is om een aankomende wagen aan te kondigen. Wat verder vinden we toch een verdiende rustplaats met ijsje en vervolgt de kolonne haar eigen weg.

Na de pauze is het altijd wat moeilijk aanzetten. Het is twijfelachtig of de strategie van meer landinwaarts te rijden echt wel zo veel beter was. Het is hier namelijk vlak, open terrein en de wind waait hier even hard. Het voordeel is misschien dat we niet op en af door de duinen gaan en dat we kronkelend door het landschap trekken waardoor het wel lijkt alsof we met de zeilboot oplaveren. Die Hollanders racen wel over die dijken, zeker de motorrijders, wat het charmante bij momenten danig verstoord. Met onze Belgische vlag worden we door de Nederlanders systematisch in Duits aangesproken, ook weer wanneer we een stijl brigje over gaan. Wij spreken in het Letzeburgs terug dan lijken we zelf wat minder wereldvreemd ;-). We wilden heel graag zo dicht mogelijk bij de afsluitdijk geraken, maar wanneer een wegversperring ons noodzaakt om te rijden besluiten we inkopen te doen en de dichtstbijzijnde camping op te zoeken. Dat landbouw toerisme in opmars is wisten we, maar wanneer we op weg naar onze slaapplaats een boerderij passeren waar koeknuffel workshops gegeven worden zijn we toch even met verstomming geslagen. In Camping De Gouw in Gouwe vinden we geen Tolkien figuren, maar voor €10 hebben we een gezellige plaatsje voor de tent en een lekkere warme douche. Een delicieus boerenomelet, maakt de dag compleet.

 


De volgende dag staat dus de afsluitdijk op het programma. Het vertrek is veelbelovend. De wind is wat gaan liggen en via een grintpadje door de velden rijden we richting de oever van het Ijselmeer. De weg langs het Ijselmeer is oersaai. 20km rechtdoor. We spelen ik “ik zie, ik zie wat jij niet ziet”, maar zijn snel uitgespeeld. Er valt gewoon niet veel te zien. Trappen dan maar. Net voor Den Oever, rijden we nog door een stukje bos, een fijne afwisseling. We besluiten nog met kibblings op krachten te komen om dan aan het onvermijdelijke te beginnnen: de Afsluitdijk. Een tocht zoals deze bestaat uit meerdere kleine en grotere mijlpalen. Dit is een grote, maar vooral ook een lange mijlpaal. Slordig als ik ben had ik hem op de kaart op een twintig-tal kilometer geschat. De Duitser die bij ons op de camping in Katwijk stond, waren we net voor de kibblings ook nog tegen gekomen en die scheen die afstand min of meer te bevestigen. Wikipedia weet me achteraf te vertellen dat het toch de volle 32,5km zijn. Na het rechte stuk langs het Ijselmeer komt dit er dus nog eens bovenop. Daarenboven trekt na een kilometer of tien de wind terug aan. Over de helft hebben het zowat gehad, maar er is geen weg terug. Heel veel fietser zitten hier niet op, maar toch meer dan je zou verwachten. Die met een elektrische fiets kan ik nog begrijpen, maar we kruisen er een paar die met een gewone stadsfiets vrijwillig de calvarieweg afleggen. Tja, uiteindelijk doen wij dit ook vrijwillig. 

Er komt een ouder koppel ons elektrisch voorbij gestoken. Eerst laat ik ze passeren, daarna besluit ik de door mijn vriend Niko aangeleerde wielrij technieken nog eens uit te testen. We klampen aan, voor een kleine 10km, maar moeten uiteindelijk afhaken. Aan Kornwerderzand denken we er eindelijk te zijn, maar dan worden we redelijk onverwacht getrakteerd op nog een dikke 5km dijkrijplezier met een brugje over de autostrade als afsluiter. Wannneer we de A7 overdraaien komt de wind in de rug te zitten. We worden vooruitgestuwd. Die Fransman op de camping in Katwijk die van Amsterdam naar Brugge fietste had van de wind niet veel gemerkt. Nu begrijpen we waarom. Als de wind heel de tijd in de rug zit is alsof er geen wind is. La vie est un long fleuve tranquille. 

Maar we zijn er dus geraakt. Holland ligt achter ons. Dit is Friesland. We kunnen aan onze eigen Elfstedentocht beginnen. We beginnen bij Blosward, een gezellig Hanzestadje, waar we stoppen voor een ijsje en proviand. We beginnen een bepaald ritme te kweken. Een drie-tal uur rijden en dan een ietwat langere pauze met tussendoor wat kleinere stops om de poep te ontlasten. De voorbije vier dagen hebben echter hun tol geeïst. De rugperikelen van Bien hebben hun weerslag op haar enkel. Die doet pijn en houdt blijkbaar wat vocht op. Hoewel het de bedoeling was pas na vijf dagen fietsen een rustdag in te lassen besluiten we dat nu reeds te doen. Ik had er een camping in Dearsum uitgekozen, maar wanneer we langs De Finne in Reahus rijden besluiten we er de brui aan te geven. Het is genoeg geweest. We zetten onze tent op op het verder lege tent terrein van de camping en komen op krachten met een lekker lokaal fris Fries biertje, een slaatje en een entrecote. Die laatste hadden we nog even overwogen in ons broek te steken, maar dat deden we gelukkig niet want het smaakt ongeloofelijk. 




 

Rustdag. Dus we slapen uit en nemen ons voor niet met de fiets te rijden vandaag. Rustdag betekend ook wasdag. Dat blijkt toch iedere keer een onderneming. In tegenstelling tot thuis, kan je hier niet te ver weg lopen. Ik profiteer er van om een blogpost te schrijven, maar blijf ver achter met waar we eigenlijk al zitten. De “vlaggenmast” van ons belgisch vlagje had het ook begeven net voor de Aflsluitdijk. Gelukkig hadden we dat op tijd gespot en kan die nu netjes gerepareerd worden. We zetten ons in de zon aan het de gracht, gewoon effe niets te doen. Nu kunnen we de wind appreciëren. Die brengt de nodige verkoeling. 



We worden toch een beetje achterhaald door de realitiet. We hebben geen cash meer en moeten ook nog eten zien te scoren. Ik tracht bij de eigenaar een boot te huren om naar Sneek te varen, maar die is jammer genoeg weg. Wanneer ik zijn vrouw naar de belbus vraag, begint die luid te lachen. “Wannneer de kinderen niet naar school willen, zeggen ze dat ze met de bus gaan. Die kan je wel bellen, maar die komt toch niet.” Praktisch is dat. Tegen ons voornemen in zien we ons dus toch verplicht de fiets te nemen naar Sneek. Met de wind mee en zonder bagage staan we er op een dik kwartier. Een meevaller dus. Sneek is ook weer een gezellig stadje. Allemaal plaatsen om nog eens rustig terug te komen bezoeken. ‘s Avonds zien we onze duivels tegen Engeland winnen, en we wisten dat het goed was. We zijn er weer klaar voor om er tegenaan te vliegen. 


‘s Ochtends gaat het van Reahus, of Roodhuis, naar Drachten. De fysiek wil bij Bien nog steeds niet goed mee. In Drachten stoppen we bij Bakkerij Bart voor de “luns”. Ik sleutel wat aan Bien’s zadel om de bloeddoorloop te bevorderen. Dat blijkt later een goede ingreep te zijn. Het gaat verder naar Groningen. Een grote stad in vergelijking met wat we de laatste dagen zijn tegengekomen. Het is altijd een beetje bizar om in een stad aan te komen. Je toch wel een beetje in je eigen bubbel en dan wordt je plots met heel veel input geconfronteerd. We lopen langs een markt in de hoop nog inkopen te kunnen doen, maar het is te laat iedereen ruimt op. Tijd voor een ijsje dus, en waar beter dan bij ijssalon Talamini. We willen graag zo dicht mogelijk bij de Duitse grens komen, maar de campings liggen hier niet zo dik gezaaid. Bij Kolham. Is het even zoeken. De camping blijkt twee kilometer verder te liggen dan op Goolge aangegeven. Even is er verslagenheid, omdat we denken dat de camping gewoon weg is en we nog 15-20km verder moeten. Gelukkig duikt de spookcamping uiteindelijk toch op. De eigenaar doet geweldig zijn best zijn eigen etablissement en de streek aan te bevelen. We moeten zeker naar Delftzijl, daar kunnne we makkelijk de Eems over naar Emden of de Dollard-route volgen, heel mooi, nog een museum hier of daar. De teleurstelling is duidelijk in zijn ogen te lezen wanneer aangeven toch liever zo recht mogelijk richting Duiste grens en Bremerhaven te willen fietsen. 


Dag 2 - Maandag 25-6-2018

5.55 zingt Charlotte Gainsbourgh en dat is ook het uur waarop wij wakker worden. We lagen er vroeg in, maar het piekt toch een beetje. Het ontbijt bestaat uit havermout met noten en melk. Daarna beginnen we aan het inpakken. We hebben eiegenlijk net iets te veel bagage mee. Dat wil zeggen weinig tot geen plaats over, waardoor we iedere keer weer heel goed moeten puzzelen om om alles opgeborgen te krijgen. Gelukkig is Bien een inpak talent, integenstelling tot mezelf die alles gewoon in een zak zou duwen. Het is een grijze ochtend, maar er staat al direct een fikse bries, waardoor de dauw op de tent snel opdroogt. Vandaag ruilen we Zeeland in voor Zuid-Holland. Daarvoor moeten we over de Brouwersdam en die staat zo goed als onmiddelijk na het vertrek op het programma. Op de Brouwersdam kwam in 2015 de tweede etappe van de Toer de Frans aan. Waarom die Hollanders dan nog steeds Alpe d’Huez claimen, Joost mag het weten. Soit, het podium staat er nog steeds en dat zorgt voor een klein pleziertje tijdens een saaie oversteek op een grijze ochtend.





Via Ouddrop en Stellendam gaat het over het laatste stuk van de Delta werken de Goereesesluis richting Rockanje. Het is pas 11.30, maar de vroege ochtend noopt ons tot een vroege lunch. De wind heeft de hele ochtend op kop gezeten en de dikke 120km van gisteren zitten duidelijk in de benen. Hopelijk kan een oerhollands uitsmijter soelaas brengen. De lunchroom met de wat dubieuse naam “De Jongens” biedt die jongens ook op de menu kaart aan. Dat blijkt gewoon de lokale versie van de welbefaamde uitsmijter te zijn, dus bestel ik met een beetje een dubbel gevoel twee jongens. Met boterhammen en twee paardeogen in de benen begeven we ons richting Maasvlakte. 



De zon is ondertussen doorgebroken en we rijden door een mooi stukje natuur. Je zou niet denken dat op slechts een paar kilometer hiervandaan de gootste haven van Europa ligt. Van achter een duin zien we plots de eerste schouwen en container kranen opduiken. De duin over zitten we er plots midden in. De vrachtwagens razen af en aan. 


We rijden van het ene logistieke centrum naar het andere richting de Fast Ferry die ons naar Hoek van Holland moet brengen. We bereiken eindelijk de halte van de ferry aan de  Antarctica weg. De Fast Ferry blijkt weldegelijk snel te zijn, maar maakt wel enkele tussenstops alvorens in Hoek van Holland aan te meren. We worden overenthousiast, bijna Love Boat gewijs, onthaald door het boord personeel. Je moet het ze aangeven, aan enthusiasme ontbreekt het onze noorderburen niet. We installeren ons achter het glas in het zonnetje en vangen voor de komende driekwartier een uiltje. Tot groot jolijt van de stewardess, die bij aankomst breed glimlachend naar ons toestap en voor het heel schip roept, “Nou dat kan lekker zijn hè, zo effe van de wereld zijn! En zeker u meneer zo met het hoofd naar achter en de mond open”. Tja, subtiliteit en enthusiasme gaan niet zo vaak samen. 



We moeten inderdaad even bekomen van ons tukje. Een beetje verdwaasd navigeren we door de wijken van Hoek van Holland richting de duinenweg die ons via ‘s Garvenzande verder noordwaarts leidt. Hier begint het te dagen dat langs de kust rijden niet noodzakelijkwijs “plat” is. Het glooit op en af en de wind zit nog steeds tegen. In Scheveningen stoppen we nog voor een Dame Blanche en boodschappen voor het avondeten. 



We houden we het nog vol tot Katwijk maar geven er dan de brui aan. Op het trekkerstent veldje komen we een fransman tegen die vanuit Amsterdam naar Brugge fietst. Uit de babbel blijkt snel dat je de wind slechts voelt als hij tegen zit. Deze man was zich van geen wind bewust tot hij ons onze tent zag opzetten. Na een lekker pastaatje en de douche kruipen we weer lekker in ons bedje. We hebben voor deze reis geinvesteerd in een nieuwe luchtmartras en kussentjes. Ik heb lang getwijfeld, maar toch de warme slaapzakken meegenomen en de combinatie zorgt voor een zalige nestje. Ik kijk nog eens snel naar de weersvoorspelling voor morgen. Zonnig, 4 Beaufort uit het Noord-Noord-Oosten. Dat wordt weer stoempen. 




Dag 1 - Zondag 24-6-2016

Die zondag was het zo ver. Een dag later dan gepland vatten we de tocht aan naar het hoge noorden: de Noordkaap. De planner in mij heeft de consequentie van het latere vertrek uitgerekend, 5 km per dag meer fietsen. Maar we waren er gewoon niet vroeger klaar voor. Een te drukke werkweek bij ons beiden zorgde ervoor dat we op vrijdag avond gewoon niet alles rond kregen. Vertrekken zonder helemaal zeker te zijn dat je alles wel mee hebt, of te veel moeten rushen is toch niet leuk. En laat dat nu hetgeen zijn dat we ons hadden voorgenomen. Niet te veel rushen. Een beetje contradictorish als je weet dat we van plan zijn meer dan 5000km op iets meer dan 5 weken bij elkaar de trappen. Maar, en hier komt de aap uit de mouw, af en toe gemotoriseerd vervoer mag ook. En het zal nodig zijn. 





We nemen uitgebreid afscheid van ons kroost. Het is extra moeilijk deze keer. Onze teergeliefde dochters lieten we al eerder achter voor langere tijd, maar deze keer is ook onze puberende viervoeter Quibus erbij. Met een klein hartje zetten we aan richting Vinderhoute, daar hebben we afgesproken met mijn moeder en haar wederhelft Herman, die gaan ons fietsend uitwuiven. Op de weg naar Vinderhoute bedenk ik me dat ik daar lang gelden als 18 jarige ook een kleine tussenstop maakte in bet begin van een fietsreis. Mijn vriend Niko met wie ik naar Schotland zou rijden had daar een vriend wonen. Voor mij de toen nog redelijk illustere onbekende gezapige rocker met paardestaart, Klaas Bullynck. Bij de Bullyncks gewoon binnenspringen was eigenlijk nooit een optie, daar komt steeds eten en drank bij, veel drank. Overmoedig zetten we uiteindelijk aan richting Zeebrugge. Met de wind op de kop zou Niko, die nooit om een uitelg verlegen zit, mij leren hoe fietsen een teamsport is en hoe je afwisselend in elkaars wiel kan rijden om de elkaar uit de wind te zetten. Ik begon vooraan, hij in het wiel, als Frank Vandenbroucke en Johan Museeuw zoevden we door het landschap. Tijd om te wisselen. Met een door de alcohol aangescherpte glimlach stak Niko mij voorbij toen plots, pats boem ik over het betonnen fietspas in de berm belandde. Bij het voorbijsteken had Niko’s matje mijn stuur meegenomen, met alle gevolgen van dien. Gehavend kwamen we uiteindelijk aan bij de haven van Zeebrugge. De reis had nog vele andere avonturen en op het einde werden in Edinburgh onze fietsen gestolen. Sindsdien bestaat het fameuse Nederlands spreekwoord, “Ik had het al zien aankomen van in Vinderhoute”. Ik hoop dat we het deze reis niet zullen moeten gebruiken. 





Gezellig keuvelend gaat het van Vinderhoute richting Waarschoot en zo verder naar de Lembeekse bossen. Aan het Leopold kanaal nemen we definitief  afscheid van mijn moeder en Herman. Bij Sint-Margeriete maken we nog even een bocht langs de grens om uiteindelijk onverbiddelijk België achter ons te laten. We zijn met vakantie. We laveren door een paar hordes wandelaars via de polders richting Breskens. Het is ideaal fietsweer: een dikke twintig graden, een klein briesje, de zon die niet te hard brandt...Er zijn zo een paar zaken die goed moeten zitten bij het fietsen: goede benen, geen materiaalpech, geen regen. Daarna mag het waaien zoveel het wilt zolang de wind maar in de rug zit. Volgens de korte en lange termijn voorspellingen zou dat laatste wel eens kunnen tegenzitten. Eens we de ferry van Breskens naar Vlissingen bereiken, laat de voorspelde Noord- Noord-Oosten wind zich al wat meer voelen. Op de boot maken we nog een praktische afspraak. We proberen iedere dag tegen een uur of negen te vertrekken en rond zeven uur ‘s avonds te stoppen. We weten dat we redelijk wat tijd nodig hebben ‘s ochtends om in gang te komen en in te pakken. En als we ‘s avonds ergens toekomen ben je ook al gauw een uur of drie bezig met tent op zetten, eten klaarmaken, eten en douchen. 




Vanuit Vlissingen zou de geplande weg ons via de Noordzee fietsroute langs Zoutelande leiden, maar in de hoop wat wat uit de wind te blijven wij gaan via Middelburg naar Veere. Met thee en een stuk appeltaart komen we terug op kracht en nemen we de overzet naar Kamperland. Voor zij die dachten dat alle Nederlanders in kleine gezellige huisjes wonen, kom eens naar Kamperland. Kasten van villa’s met zicht op het Veerse meer. Via Neeltje-Jans komen we op Schouwen Duiveland. De wind is verder aangetrokken en zat bij het oversteken van de Oosterscheldekering pal op de kop. Het is stilaan genoeg geweest voor één dag. Bij Ellemeet in de buurt van Renesse vinden we een leuke mini-camping waar we besluiten de tent op te zetten. Het is iets na zevenen. Bij het opzetten van de tent komt Linus, de vijfjarige curieuseneus van ons buren bij ons zitten met allerlei vragen. Warum dis en warum das. Warum sind die bananen krum, repliceer ik, waarna hij op zijn plastieken traktortje afdruipt. Na een lekker warme douche, een eitje en een tomaatje kruipen we ons bedje in. Morgen is een nieuwe dag.