Wanneer we die ochtend uit de tent kruipen zitten, net zoals de dag ervoor de toppen van de bergen verborgen onder het ochtend grijs. Er wordt goed weer voorspeld, maar dat is voor later. Vassenden was een leuke plek, hier zouden we nog wat langer kunnen blijven. Varen op het meer, vissen, zoals de Noren doen, daarvoor zullen we nog eens moeten terug komen. De benen hebben met de korte etappe van gisteren wat kunnen rusten, het hoofd zit niet helemaal goed. We doen het rustig aan en vertrekken relatief laat, net voor elven. Gelukkig begint de rit met een lang zo goed als plat stuk langs het meer. Daarenboven rijden we langs de andere, veel rustigere kant dan waar de E39 langs loopt. Hierdoor komt het moreel ook snel terug op peil. Langs het meer zijn een paar boerderijen en wat vakantiehuisjes, verder niets. Bij één van de vakantiehuisjes heeft de eigenaar een springplank op de steiger gezet om in het meer te duiken. Mocht dit een meer in Italië zijn geweest, hadden alle buren waarschijnlijk hetzelfde gedaan en eveneens een betonnen zwembad in het meer gebouwd. Hier heb je de ene springplank in de meest ongelofelijke setting zelfs wannneer het bewolkt is.


We rijden over een dam in het meer en een kleine helling naar Skei. Tijd voor een kleine pauze aan het tankstation. Een Deense toeriste vraagt me vanwaar we komen en of ze een foto mag nemen van de fiets. Wanneer we terug aanzetten passeert ze ons en neemt ze nog een foto uit het raam van de auto. Rare jongens, die Denen. Na een kleine klim komt de weg uit naast de rivier Stardalselva. We zitten terug op de E39, maar daar schijnt een kudde schapen zich weinig van aan te trekken. De auto’s moeten afremmen. File wegens schapen op de snelweg. 


Ik hoor het zo op de verkeersinformatie. Het is echter een goede zaak, want de auto’s tjezen hier weer aan hoge snelheid voorbij. Het gaat stroomafwaarts licht dalend, dus snel tot in Byrkjelo  Daar is het tijd voor de lunch. De lokale supermarkt heeft geen pistolets meer, enkel nog Grov Brød we gaan dus naar Bakar Jon. Jon is een echte multitasker: bakker, supermarkt en frietkot in één. 




Wij houden het op broodjes met hesp en kaas. Vanuit Byrkjelo staat een klim op het programma, 6,5 km aan 8%. Het zijn de Alpen niet, maar toch, een uurtje stevig klimmen. Gelukkig zit de zon nog steeds achter de wolken waardoor het niet te warm is. Het zicht op de vallei is schitterend de hele weg, tot we een bocht maken en finaal de col over gaan. Daar is een klein skiststation. We houden halt om een windstopper aan te doen en aan de afdaling te beginnen. Die is langer en steiler dan de klim die wij net achter de rug hebben. Ongeveer halverwege is er een uitzicht punt op het Invikfjord. We stoppen voor het obligate Kodak moment en om de remmen even te laten afkoelen. Waar we het ene moment nog redelijk rustig met drie vier andere toeristen kiekjes staan te nemen, staan we plots tussen een bus Japanners en een bus Duisters. 





Tijd om via een haarspeldbocht of zeven de afdaling verder af te werken tot in Utvik. Hier gaat het vlak verder tot Innvik, het dorpje dat haar naam leende aan het fjord. Aan het tankstation rijden we vlot de pitstop binnen. “Kijk Duisters op een Tandum”. Een bus van Kras reizen, “Want de wereld is kras” met gepensioneerde noorderburen staat ons op te wachten. Je zou denken dat doordat de Hollanders zelf niet deelgenomen hebben aan het WK voetbal en na de de vervroegde uitschakeling van de Duitsers, ze eindelijk de Belgische van de Duitse vlag kunnen onderscheiden. Na onze tocht door Nederland waar we bijna systematisch in het Duits werden aangesproken, vrees ik dat er een doordachte PR campagne nodig zal zijn van “de Koningin en ik” om de kleur volgorde en de oriëntatie van de respectievelijke vlaggen aan onze noorderburen duidelijk te maken. We maken een toch wat geïrriteerde opmerking dat we Belgen zijn en bijna dezelfde taal spreken. In no time staat de hele bus rond ons. Kras vinden wij dat, maar deze reizigers hebben geld betaald om de wereld te zien en wij zijn nu even de wereld. Na wat intitiële chit-chat banen wij ons een weg naar de diepvries van het tankstation. De zon is er ondertussen doorgekomen en we zijn aan wat verfrissing toe. We hebben ook echt gewoontes gekweekt, het wordt dus de lokale versie van een Twister. Ondertussen wordt buiten onze fiets helemaal ontleed. De mannen hebben het over de techniek, de vrouwen over neef van de nicht van de oom van de zus die ooit ook wel eens verre fietstocht ondernam. De wereld is kras. 


De weg gaat verder langs de oevers van het fjord vaak op een vers aangelegd wegdek. De tunnels kunnen we vermijden via de oude baan die er rond gaat, maar het verkeer is de komende 35kilometer weer drukker. Op een bepaald moment worden we door een vrachtwagen bijna van de baan gereden. Het vlot echter goed en we rijden zelfs verder dan deze ochtend gedacht tot in Stryn. Stryn is net als de eerdere dorpjes rond het Invikfjord redelijk tot zeer toeristisch. Dat valt ook te merken aan de camping. Die is groot en wanneer wij aankomen is het tent veldje al redelijk bezet. Wanneer we terugkomen van het verorberen van een pizza staat het klein stukje groen helemaal vol. De laatsten die aankwamen is een bende testosteron. Ze zijn luid maar daar schijnt niemand op te reageren. Ik ben moe en val als een blok in slaap. Wanneer ze blijkbaar om vier ‘s ochtends nog steeds macho verhalen aan het vertellen zijn besluit Bien ze vriendelijk te vragen of het wat stiller kan. De repliek daarop is dat dat eventueel wel zou kunnen. Hij draait zich om en gaat verder met een of ander macho verhaal. Eikels zijn er overal. 

‘s Ochtends gaan we de twee sportwinkels die Stryn rijk is nog eens af op zoek naar een goede buitenband. Vruchteloos. Bij de achterband is de antileklaag op bepaalde plaatsen duidelijk zichtbaar. De voorband heeft nog meer profiel. Ik besluit dan maar voor en achterband te wisselen. De operatie op zich gaat vlot, maar helemaal zeker voelen we ons toch niet. 



Voor we aanzetten checken we eerst nog wat alternatieve opties.  We zouden naar Ålesund of Trondheim moeten geraken. Het is zaterdag, maar de bus blijkt zondagsdienst te hebben. Die rijdt dus niet. De beide autoverhuur consessies blijken gesloten. Er is geen ontkomen aan, het wordt fietsen. Het is ondertussen bijna middag. Het eerste stadje, Nordfjoreid, ligt op een dikke 45km. Een laatste alternatief zou zijn daar de bus naar Ålesund te nemen. Maar we hebben ondertussen zoveel tijd verloren dat de kans klein is dat we dat halen. En we beginnen met een klim langs een drukke baan. We klimmen driekwartier. Op een kwartiertje staan we aan de overkant terug beneden. Hier splitst de E39 af en gaat noordwaarts. Wij gaan naar het westen met een stuk minder verkeer en een prachtig zicht op het Hornindalmeer. De baan is nu zo goed als plat tot in Nordfjoreid. Het begint me te dagen dat indien we wat doorsteken er een waterkans bestaat dat we de bus Nordfjoreid - Ålesund eventueel toch nog kunnen halen. Ik begin wat tempo te maken. Bien heeft niet veel nodig om te begrijpen waar de klepel hangt. “Proberen we die bus toch te halen?”, hoor ik twijfelend achter mij. “De kans is klein, maar ik wil het toch graag eens proberen.” Ondanks de mindere benen geeft Bien van katoen. Op de baan gaat het goed vooruit, maar er zijn redelijk wat tunnels. Daar moeten we rond langs grintpadjes met poortjes die je moeten open doen. 


We blijven de tijd goed in de gaten houden en we blijven op schema, winnen zelfs wat tijd. Vier minuten voor tijd komen we aan bij het busstation. We hebben dit nog niet gedaan dus vragen we twijfelend aan de buschauffeur of de fiets mee kan op de bus. Als er plaats is in het bagage ruim is dat geen probleem. Gelukkig heeft onze tandem een compact frame. Als we de zadels er van halen is hij maar een halve meter hoog. In de lengte past hij mooi over de breedte van het busruim. Met een minuutje vertraging, door ons toedoen, vertrekken we richting Ålesund. We zijn in de wolken. 





Het is niet hetzelfde als met de fiets, maar we rijden ook met de bus nog door prachtig landschap. Dat wisselen we af met de kleine finale van het wk voetbal. We komen net voor het einde van de match aan in Ålesund. Het is te laat om nog naar een fietswinkel op zoek te gaan. Met de radio op rijden we naar de camping. Aan de receptie zit een gezin Belgen naar de laatste minuten van de match te kijken. We zijn allen blij met de overwinning, maar het blijft een beetje zuur denkende what could have been. We dineren in de stad, of eigenlijk stadje. Gezellig, maar echt niet groot. Morgen is het zondag dus ook dan komen we hier niet verder in onze zoektocht naar fietsbanden. Dan maar verder reizen. Het internet leert ons dat we zondag namiddag een bus hebben richting Trondheim. Tijd zat om Ålesund te bezoeken en de bus op te springen. We nemen de tijd die ochtend en doen zoals gepland. Na het ontbijt begeven we ons richting busstation, opgetrokken ik Scandinavisch socialistische architectuur. De klok van het chocolademerk Freia die er bovenop prijkt is het bewijs dat de tijd is blijven stil staan. Hier blijft het eeuwig vijf na half twaalf. 


Er zijn net twee cruises gelost aan de steigers naast het station. Dat zorgt voor extra drukte. Wij laden de bagage van de fiets in de lockers. Onze fiets nemen we aan de hand mee de stad in en zetten we wat verder weg van de drukte aan een paal op slot. Ålesund brandde begin vorige eeuw helemaal af  en werd met de hulp van de laatste Duitse keizer opnieuw opgebouwd in Jugendstil. Dat en het feit dat het de grootste haven van Noorwegen heeft, zijn haar claims to fame. We flaneren nog eens langs de haven en slenteren verder langs de sierlijke huizen. 


We werken op het gemak een slaatje naar binnen en begeven ons terug naar het station. De chauffeur kijkt een beetje raar wanneer hij de bus aan het perron voorrijdt. Maar ondertussen zijn we al ervaringsdeskundigen en in geen tijd zitten de fiets en de bagage in het ruim. De rit naar Trondheim is lang, een dikke zes en een half uur, maar hij verveelt geen seconde. We hadden hier graag gefietst, maar je kan niet alles willen. Het is uiteindelijk half elf wanneer we in Trondheim aankomen. We hebben een hotel geboekt niet ver van  het station met zicht op het fjord. We zijn net op tijd om de zon achter de heuvels van het fjord te zien verdwijnen. 


Op de kamer zap ik voorbij een boek Noors of Deens gebroebel tot ik Tom Cruise coctails, zie maken. De Noren hebben blijkbaar iets met Amerikaanse films uit de eighties en nineties. We installeren ons en kwijnen weg in jeugdsentiment tot onze ogen dichtvallen.  

We hebben het hotel voor een goede prijs kunnen boeken. Waarschijnlijk omdat het een congres hotel is dat ietwat uit het centrum ligt. Maar bij een groot hotel hoort een groot ontbijt. En na alweer een week fruit met havermout, smaken de eieren met spek, de zalm, fruitsalade en croissants des te beter. Ik heb al een paar fietswinkels op de kaart aangeduid. Na het uitgebreid ontbijt gaan we vastberaden op pad. Het viel ons gisteren bij aankomst reeds op en wordt snel bevestigd. Hier is duidelijk meer fietsinfrastructuur dan eenderwaar in Noorwegen waar we al geweest zijn. Een logisch gevolg lijkt dat hier ook meer kwaliteitsvolle fiets winkels zijn. Met een focus op elektrische fietswinkels. Mijn gemaakte selectie was gefocust op winkels die Schwalbe verdelen. We beginnen bij Trondheim Elsykkel. De fietsen in de etalage hebben alvast het juiste merk rubber opliggen. Nu nog de juiste maat. Wannner we binnenstappen zit een wat sjofele kerel achter een bureau. Ik val met de deur in huis. We zijn op zoek naar Marathon of Marathon Plus banden, 20 inch vraag ik in het Engels. Dat wordt moeilijk. Twee zinnen later vraagt hij of we Belgen zijn. We bekennen en ook hij komt uit de kast. What are the chances. Bruno uit het Antwerpse, zo blijkt later woont al een jaar of twee in Noorwegen. We praten een beetje, maar ik wil de prioriteit niet uit het oog verlliezen: BANDEN.  Bruno zelf heeft er dus geen, maar hij vult mijn lijst aan van winkels die er misschien wel hebben. Nu komt het zeker goed. Hij vraagt nog of we een blog hebben. Ik mail de link door en we springen weer op de fiets naar de volgende winkel. Ook niets. We leggen daar uit dat we ook reeds contact gezocht hebben met de Noorse importeur van Schwalbe. Net zoals bij Bruno verschijnt een zuur lachje op de man zijn gezicht. Prutsers. Verwacht er niet veel van.  Hij stuurt ons door naar een grotere keten aan de overkant van de straat. Die hadden we niet op de lijst staan. Daar hebben ze een band die past maar niet van de kwaliteit die we zoeken. We vragen of ze de band voor ons opzij kunnen leggen. Je weet maar nooit.


Wanneer we aan de volgende winkel aankomen stijgt onze hoop. We zien Bromptons en bakfietsen in de etalage staan. Allemaal met kleinere wielen. Ik geef een goede snok aan de deur, maar die beweegt niet. We kijken op de klok. Het is middag. Zouden ze iets gaan eten zijn? Google bevestigd dat de winkel open zou moeten zijn en er brand licht. We gaan op zoek naar een bordje met openingsuren. Dat blijkt verborgen te zitten achter een poster aan het raam. Met wat moeite kan ik ze toch lezen. Geen middagpauze enkel gesloten op zondag. Ik geef nog een snok aan de deur. Niets. Ik bekijk de poster nog eens goed die voor de openings uren hangt. Ik neem er Google translate bij en dan komt de aap uit de lauw. In juli is de winkel enkel open op zaterdag van 11 tot 15u. Bizar als je bedenkt dat qua fietsen de zomer hier toch het hoogseizoen zou moeten zijn. De moed zakt ons in de schoenen. Onze opties beginnen drastisch te slinken. We hebben nog twee winkels te gaan waarvan één keten die we eerder op een andere plaats al zonder succes bezochte. Eerst dus naar Sport Support  wat afgelegen in een industriezone. Ze blijken enkel fietsonderdelen te hebben. We doen weer ons verhaal. Schwalbe ok, maar 20 inch? Hij gaat kijken in het magazijn. “Het is zeer eenvoudig” zegt hij wannner hij terug komt. “Ik heb helemaal geen 20 inch banden.” Hij zit neer en denkt na. “Maar laat me toch even een vriend bellen.” Ik probeer het gesprek in het Noors wat te volgen. Ja? Neen toch niet. Of toch wel? Hij lijkt wel zijn leven te vertellen. Wanneer hij ophangt laat hij een vrij lange pauze. “He had the tires and will bring them in 15 minutes.” De max! Het kwartiertje blijkt er eentje naar Zuid-Europees normen te zijn, maar dat deert niet. Bien hoort het lawaai van een hondje uit de werkplaats komen. Een kleine pup. Die zorgt voor tijdsverdrijf terwijl we wachten. Na een goed half uur komt onze redder in nood de winkel binnenwandelen. We helpen wat met de bandenwissel en alweer een halfuur later rijden we met twee spliksplinter nieuwe banden richting hotel. 
Volgende opdracht: wassen. Ik had van de tijd bij de fietsenmaker geprofiteerd om een wasserette te zoeken. In tegenstelling tot in Bergen blijken ze er hier wel eentje te hebben. Naast de wasserette is een parkje. Gelukkig want in het waskot is het om dood te vallen. Hoe meer we naar het noorden gaan, hoe warmer het lijkt te worden. De eerste nacht in Nederland hadden we allebei nog termisch ondergoed nodig om te slapen. Hier is het nu 30 graden. We genieten dus van het briesje in het park terwijl onze kleren een wasbeurt krijgen. Na de was gaan we naar het station om te informeren hoe we naar Bodø kunnen sporen. De stukjes met de bus waren onvoorzien. Dit stuk met de trein hadden we gepland. Na Bodø hebben we nog een 1000-tal km af te leggen dat zou haalbaar moeten zijn in de tijd die ons nog rest. De dame bij de info balie van het station heeft geen goed nieuws. Er is geen plaats meer voor de fiets op de trein. Dat zal dus niet lukken. Bizar. Ik besluit toch nog zelf eens online te kijken en slaag er in een ticket te boeken voor de nachttrein de volgende avond naar Bodø. We nemen het risico. We fietsen nog wat rond in de stad. Een kleine verkenning want morgen hebben we gelukkig nog een dag. ‘s Avonds hebben we afgesproken met Bruno op een pint te gaan drinken. Wij vertellen wat over onze fietservaringen, hij over het leven in Noorwegen. Beiden kennen hun uitdagingen. Het was en fijne kennismaking. 



De volgende dag hangen we de toerist uit. We bezoeken uitgebreid de Nidaros kathedraal en bijgebouwen, spijkeren onze Noorse geschiedenis wat bij. Dit is de meest noordelijke kathedraal en meest noordelijk vertrekpunt voor de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. Het is zonnig en warm. Je ziet dat ook de Noren genieten van dit uitzonderlijk weer. We vragen ons af of het aan het weer ligt dat Trondheim zo een geweldige indruk op ons na laat. Mocht het niet voor de prijzen en de lange winters zijn, we zouden hier wel kunnen wonen ;-). 





We hebben het vervolg van de route nog eens goed bestudeert. Tot nu toe konden we meestal rond de tunnels heen rijden. Verder noordwaarts zal dat niet altijd het geval zijn. We gaan dus nog op zoek naar fluohesjes. Dat blijkt ingewikkelder dan gedacht omdat we in de sportwinkels waar we terechtkomen enkel fluo gerief aan €50 en meer vinden. Tot Bien op het lumineuze idee komt de locale Auto 5 op te zoeken. Dat blijkt meer een Suprabazar te zijn maar voor €6 vinden we onze hesjes. We keren teug richting ons hotel en doden de laatste twee uur op de rooftopbar om uiteindelijk richting station te gaan en op de nachttrein naar Bodø te stappen. Het fietsruim blijkt inderdaad goed vol, maar mits wat wringen gaat de tandem erop. Tegen het advies van de loket bediende in hebben we ook slechts één fietsticket gekocht, tandems zouden er twee nodig hebben, en ook dat blijkt geen probleem te zijn. Een beetje eigenzinnig zijn werpt toch zijn vruchten af. We installeren ons in onze couchette sporen op het ritme van ka-doeng, ka-doeng tot onze bestemming. 






“Liebe Gäste. Est is fünf Uhr. In eine stunde kommen wir an in Stavanger.„ Het is wat vervelend dat we hierdoor gewekt worden, maar super tegelijkertijd, want wij mogen nog wat door slapen. Wij gaan namelijk door tot in Bergen. We draaien ons dus nog eens om en vangen nog een uiltje. Tegen een uur of acht gaan we toch ontbijten. We zitten naast een koppel Belgen. Zure vijftigers die commentaar geven op alles. Zoals het Belgen betaamt, fluisteren we de rest van onze conversatie om vooral niet herkend te worden. Daarna gaan we het dek op. Wanneer we de deur opendoen van het achterdek, dat tevens dienst doet als helipad, zijn we niet alleen. Iedereen die niet te veel van de disco en tax vrije alcohol heeft geprofiteerd ligt of staat nu onder een staal blauwe hemel met stralende zon en een zeebries die voor net iets te veel verkoeling zorgt. Onze Belgen zijn ook weer van de partij , in volle outdoor outfit met stapschoenen, regenjas met kap op en fototoestel met veel te grote telelens in aanslag. Allebei, want je weet nooit dat hij iets ziet dat zij niet gezien heeft, of omgekeerd. Om de bij minuten vergelijken ze de foto buit. De geneugten van de digitale fotografie. 





De eerste kennismaking met Noorwegen is geweldig. We banen ons een weg door de fjorden tot in de haven van Bergen. Af en toe blaast de ferry de hoorn om onze komst aan te kondigen. Met een geplande aankomst kort na de middag, bedenken we dat het misschien wat kort is om morgen terug op de fiets te gaan zitten en beslissen we nog snel twee nachten hotel te boeken. Eens aangekomen rollen we samen met het groter geschut uit de buik van de ferry. Een kwartiertje later zijn we bij ons hotel in Scandinavische stijl knal in het centrum van Bergen. Enig praktisch probleem: we hebben geen propere kleren meer. Na een vruchteloze zoektocht op Google ga ik naar de receptie om te vragen of er ergens een wasserette is. “Die hadden we vroeger, maar niemand gebruikte die, dus zijn ze allemaal gesloten”, informeert de receptioniste me met een brede glimlach. “Je kan ze bij ons laten wassen, maar we hebben ook mensen die het gewoon op de kamer wassen met de hand”. Ik neem een waszak en prijslijst mee en ga terug naar de kamer voor overleg met Bien. Na een snelle berekening komen we op de billijke som van €214 indien we onze was door het hotel laten doen. Dan maar in de wasbak. Terwijl Bien wast hang ik de wasdraad op in de kamer. Tja, rolpatronen worden moeilijk doorbroken. Het is een grappig zicht de was te zien hangen in onze Scandinavische design kamer.  Ondertussen is het buiten overtrokken en is het zelfs lichtjes beginnnen regenen. We gaan toch naar buiten. Het is zondag en dat valt te merken. Behalve de meest toeristische zaken is er heel veel gesloten. Ook restaurants. We dwalen door Bryggen en de andere oude stadsdelen. Eten een rendier hotdog. Ondanks de regen toch allemaal gezellig. Het duurt niet al te lang voor de vermoeidheid toeslaat en we hotel-waarts keren. We profiteren nog van de luxe, kijken nog wat tv alvorens als een blok in slaap te vallen. 



De volgende ochtend is het nog steeds overtrokken, maar het regent niet meer en de Armand Pien app beloofd beterschap. De app blijkt een geweldige evolutie te hebben meegemaakt sinds de man zelf, want ook deze keer worden we niet belogen. Terwijl het ‘s ochtends nog bewolkt is plegen we een bezoekje aan het aquarium van Bergen. Sinds ik vorig jaar met Marie in Valencia het aquarium bezocht ben ik fan. Deze in Bergen is een stuk kleiner, maar toch nog steeds een bezoekje waard. We banen ons een weg naar het cultureel centrum in een oude sardienen fabriek voor de lunch en slenteren, ondertussen terug onder een mooi zonnetje verder de stad door. Bergen is een aangename stad om in te toeven. Veel Japanse en vooral Amerikaanse toeristen viel ons wel op. Het is altijd een beetje bevreemdend tussen veel mensen te zijn als je al een week of twee gewoon met z’n tweëen op pad bent. We kijken dan ook terug uit naar ons vertrek morgen. Niet zonder ons zelf nog eens goed te trakteren. Het diner in Bare Vesteland voldoet volledig aan de verwachtingen. De prijs ook ;-). 


Vanaf hier volgen we de fietsgids “Noorwegen langs de kust naar de Noordkaap”. De beschrijving om uit de stad te raken baart me wat zorgen. Ik vind een alternatief in een ferry die ons Knarvik brengt. Ver genoeg buiten de stad om van daar uit rustig te beginnen fietsen. Het blijkt echter een “spits-route” te zijn die enkel ‘s ochtends en ‘s avonds vaart. Voor de middag vaart de laatste boot om 8.20. We staan dus vroeg op om mooi op tijd aan Strandkaien paraat te staan. Als een goede toerist loop ik zenuwachtig heen en weer. Check nog eens de tijdstabel, vraag aan een local of we op de boot tickets kunnen kopen en zie dat de andere ferry’s stip op tijd af en aan varen. Wanneer het dus 8.20 is en die van ons is nog steeds niet in zicht, ga ik nog eens naar het schema kijken. Deze keer lees ik voorbij te tabel en neem ik er ook de voetnoten bij. Mijn bescheiden kennis van het Noors leert me dat deze route in de vakantie maanden niet bevaren wordt. Het wordt dus toch fietsen. Uiteindelijk valt de uittocht uit de stad heel goed mee. De gids had een alternatieve route aangeven dan de aangegeven fiets route “1”, die langs de grote baan de stad uit gaat, te vermijden. Daar zitten wel wat klimmetjes tussen, maar die zijn slechts een training voor wat nog volgen gaat. Een kleine twee uur en twee indrukwekkende bruggen later zij we uiteindelijk via de weg ook in Knarvik. Gelijdelijk aan onttrekken we ons aan de invloed van “de grote stad”. Het verkeer verminderd, de wegen worden kleiner, de fietspaden verdwijnen. We rijden langs de fjorden, door de weides van dorp naar dorp. Het gaat, soms stevig, op en neer, maar hier zitten we in een andere wereld. België, Nederland, Duitsland, Denemarken, ieder land had wel zijn eigenheid, maar het lijkt toch ook allemaal wel een beetje op elkaar: het is plat. Nu zou je met enig cynisme kunnen zeggen dat het hier allemaal fjorden zijn, maar het is iedere keer zo anders. En dat is net wat fietsen leuk maakt: de afwisseling. Ook de ferry’s zorgen voor afwisseling. Daar hadden we vooral in Nederland ook al kunnen van genieten, en dat komt hier terug. Waar we in Nederland een sloot overstaken gaan we hier een fjord over. Het is,...anders.


Na een tijdje fietsroute 1 verlaten te hebben in het voordeel van de route van de gids volgen we uiteindelijk terug de plakkaatjes “Mongstad” tot we aan de ferry Leirvåg-Slovåg aankomen. We staan als eerste, alleen in de rij. Ik stel me bij een ferry meestal een connectie van ergens naar ergens voor. Hier lijkt het wel van nergens naar nergens. De baan stopt in the middle of nowhere, daar ga je dan een boot op en die brengt je naar the other middle of nowhere. Zo zijn Leirvåg of Slovåg niet echt dorpjes of zo hoogstens een huis of twee op een paar kilometer van de kaai. Een kilometer of twee voorbij de kaai van Slovåg staat plots een winkelcentrum. We doen inkopen en rijden nog een kilometer of tien door naar de dichtstbijzijnde camping. Vanavond spelen de Duivels nog eens en dat willen we zeker weer niet missen. We maken een braadkip met sla soldaat en bijten onze nagels af als dessert. We halen de finale niet en kruipen teleurgesteld in bed. We zitten ondertussen al zo noordelijk dat hoewel de zon wel onder gaat, het niet echt helemaal donker wordt.



De wekker staat om 6.30. Niet dat we anders veel verder zouden gereden zijn, maar de rit planning van gisteren was niet optimaal. De gids geeft aan dat we wel slaapplaats vinden in de eerste veertig kilometer, maar dan niets tot aan kilometer honderdvijventwintig in Førde. We beginnen er dus vroeg aan, zeker omdat de eerste ferry die we op moeten, maar drie keer per dag uitvaart, dus dat we die zeker niet mogen missen. Het water in het fjord vormt een spiegel voor de schapewolkjes en de omgeving.


We rijden van prentkaart naar prentkaart, mooi op schema om de ferry te halen. Het klimmen was tot nu toe meestal redelijk kort. Een kilometer of twee maximum. Nu komen we aan een klim die duidelijk wat langer is, een kilometer of zes. De zon brand ondertussen al stevig en we puffen ons tergend traag naar boven. Ik begin een beetje schrik te krijgen voor de timing, maar dan de col over gaat het aan vijftig per uur naar beneden en zijn we ruim op tijd voor de ferry in Rutledal. Eens overgestoken is het maar een dikke zes kilometer meer naar de het dichtbijzijnde stadje, Leirvik i Sogn. In de vorige dorpjes vroegen we ons af waar de mensen de kost mee verdienen, maar hier is een kleine scheepswerf en wat andere bedrijvigheid. Elk stadje die naam waardig heeft hier een klein “shopping center”, dat heet dan bijvoorbeeld in dit geval Leirvik Senter. Waarschijnlijk om het onderscheid te maken met dorpjes die een doe-het-al tankstation hebben. Het shopping center heeft minstens een supermarktje en een bloemenwinkel. Dan afhankelijk van het stadje eventueel nog een klerenwinkel en wat andere shops. We kopen pistolets, gerookt vlees en kaas voor de lunch en installeren ons aan een tafel aan het haventje rechtover de supermarkt. Na een tijdje komt een late twintiger met twee vroege tieners op ons afgelopen. “Cool bike. Where are you from? Where are you going?” De klassieke vragen. Wanneer ik vertel dat we naar de Noordkaap gaan is hij onder de indruk. Weinig mensen beseffen, zo verklaart hij zijn verbazing, dat het even ver is van hier naar de Noordkaap als van hier naar Milaan. Gelukkig had ik daar wel min of meer een idee van, want anders zou de moed me onmiddelijk in de schoenen zijn gezakt. Ik geef hem ook ridderlijk toe dat we ook niet van plan zijn alles met de fiets te doen en dus nog een stuk gemotoriseerd te overbruggen. Hij vraagt of we eventueel nog hulp kunnen gebruiken. Tenzij hij kan meesteken, niet dus. Wanneer we terug aanzette, neemt hij nog een foto en wenst ons het beste. Het is ondertussen al laat en de weg is nog lang naar Førde. Het landschap blijft wondermooi. In Flekke nemen we pauze aan het tankstation. Ik neem een Braincooler, zo een colaijsdrankje, Bien een gewoon ijsje. De braincooler, blijkt een brainfreezer te zijn en ik doe er veel langer over dan gedacht om hem naar binnen te werken. We genieten er wel van van daar gewoon te zitten, maar de nood aan een slappplaats voor vanavond dwingt ons terug aan te zetten. Het klimt verder in de blakende zon. Eens de heuvel over dalen we af naar Dale. Wanneer we het dorp binnenrijden staat een bord met alle voorzieningen. Daar staat ook een bedje op. Dat was niet voorzien. We zijn allebei echt moe en het idee van een bed spreekt ons wel aan. We dwalen wat rond op zoek naar het hotel. Ik speek uiteindelijk een lokale dame aan die aangeeft dat het “motel” in het Dale Senter en dat we het aangegeven nummer moeten bellen. Zoals te verwachten was is het hotel volboekt. We zijn weer een boel tijd verloren, deze keer zonder quality time in de plaats. We scharten onze courage samen en zetten weer aan. De weg gaat via een tunnel de stad uit. Voor de auto’s is dat een nieuwe tunnel, fietsers kunnen via de oude tunnel naar buiten. Dat is toch wat comfortablerer dan samen met de racende auto’s. De fietstunnel blijkt een serie tunnels te zijn. Wanneer we de eerste buiten komen worden we getrakteerd op een prachtig zicht op de brug die het fjord over gaat.


Wij nemen de weg verder landinwaarts langs het fjord tot in Bygstad. Bygstad is helemaal niet zo big, laat staan een echte stad. Een dorp waar de plaatstelijke winkel op sluiten staat. Het is inmiddels 20u gepasseerd. Ik mag nog snel een paar inkopen doen. Naast de gebruikelijke zaken zoals fruit en melk voor het onbijt, koop ik twee blikken stoofvlees op lokale wijze. Ik heb het gevoel dat we Førde niet halen en mocht dat wel het geval zijn daar zeker niets meer open zal zijn. Terwijl wij de inkopen over de fiets verdelen komt de kassierster, een jong meisje met haar papa de winkel buiten gestapt. Wanneer we aanzetten zien we ze samen met de boot huiswaarts varen. Same, same, but different. Het is weer eens klimmen om Bygstad uit te geraken. Nog 23 kilometer naar Førde met wat geluk komen we tegen een uur of tien aan. Een vijftal kilometer verder staat de lokale boer met de lokale garagist te praten. De boer heeft net zijn veld gemaaid. Ik twijfel even, maar stop en vraag of hij het erg zou vinden mochten we onze ten opstellen op zijn veld. Ook hij twijfelt even, maar stemt dan toch in. Het is een klein veld, naast de weg, met een heuveltje met een boom op. We zetten de tent op bovenaan de heuvel. Wanneer we geïnstalleerd zijn blijkt dat ik toch iets te snel initiatief genomen heb. Bien ziet een nachtje wild kamperen niet echt zitten. Het is een lastige dag geweest, we hebben veel gezweet en gaan zonder douche in bed. Er zijn fijnere dingen, maar à la guerre, comme à la guerre. Na het stoofvlees naar binnengewerkt te hebben, kruipen we ongewassen onder de wol. Al bij al slapen we toch goed in ons nestje. Het is pas achteraf dat ik zal beseffen dat we die dag meer dan 2200 hoogtemeters overbrugden. 



‘s Ochtends heeft de staalblauwe hemel van gisteren plaats gemaakt voor laaghangende wolken. We breken de tent af, verorberen ons ontbijt en zetten de klim verder die we gisteren hadden opgegeven. We nemen ons voor niet te ver te rijden vandaag en ons zo snel mogelijk te wassen. We zien nog een tiental mooiere plaatsjes waar we onze tent hadden kunnen op zetten, maar ja, dan hadden we moeten verder fietsen. 


Uiteindelijk komen we aan de kleine broer van de E40, de E39. Jawel, een autosnelweg. Nu ja, dat is hier een tweevaksbaan, maar daar zit zich wel wat snelrijden (vracht)verkeer op. Langs de brede baan lijken de hellingen minder steil, maar het blijft lastig. Het oude zweet heeft al lang plaats gemaakt voor nieuw. We worden gedubbeld door een fietsster die ons aanmoedigd: “Well done!”. Dat zullen we dan wel zien als we er zijn, bedenk ik me. Tot we de col bereiken en olijk naar beneden zoeven. De laatste kilometers richting Førde. Het gaat altijd snel in de afdaling. We zijn zwaar geladen en de zwaartekracht doet zijn werk. Sinds de klapband die ik samen met mijn broer had in de Alpen, ben ik toch niet meer zo onbezonnen. Ondertussen is de fiets uitgerust met schijfremmen die door “downhillers”gebruikt worden dus dit zou wel moeten lukken. Ze doen het goed en we komen wat onderkoeld in Førde aan. We waren in de afdaling de fietsster, die een plasje moest maken, terug gepasseerd. Bij het binnnenkomen van de stad komen we weer samen. Ze is Schots, van Aberdeen. Ze is super licht gepakt en is een van de weinige, zoniet de eerste lange afstandfietser die we tegenkomen sinds Bergen. We maken ons weer de bedenking dat het mentaal geweldig lastig moet zij alleen te rijden. We nemen afscheid, wij gaan naar het centrum, zij gaat een andere richting uit.

Dat centrum blijkt één grote Shopping Mall te zijn. We zijn hier voor een reden. Onze achterband baart me sinds het vertrek in Bergen wat zorgen. Er zit nog weinig profiel op. We dachten eerst in Bergen nog naar een fietsmaker te gaan. Maar we vonden die niet direct en de fietswinkels lagen nogal ver buiten de stad. Nu blijkt dat fietswinkels niet echt deel uitmaken van de Noorse cultuur. We vinden alleen een grote sportwinkel, maar daar hebben ze enkel BMX banden. We rijden verder in de hoop in Ålesund of in het slechtste geval in Trondheim iets te vinden. De zon is weer van de partij en het warmt weer snel op. Bij een afdalinkje verliezen we even de ketting. Het grootste technisch incident na meer dan twee en een halve week fietsen. Laten we hopen dat het zo blijft. We volgen de Jølstra stroomopwaarts tot we in Vassenden komen. Vassenden ligt aan een meer dat door de Jølstra wordt gevormd. Het is wel bizar, zeker wanneer je meer landinwaarts gaat en de fjorden smaller worden zie je niet meteen het verschil tussen fjord en meer, maar hier is het water dus zoet. De camping ligt vlak aan het water. We hebben slechts 40km gefietst, maar stoppen ermee voor vandaag. We profiteren ervan om te wassen, staan extra lang onder de douche en gaan aperitieven met de voeten in het verfrissende, kabbelende water. Het leven is mooi. 






Ik word wakker van licht gedruppel op de tent en sla een beetje in paniek. Ligt alles binnen? Gelukkig is dat het geval en is het maar wat motregen. Het is 6u30, een mooi uur om op te staan en de reis verder te zetten. We hadden ons tijdens de rustdag laten opmerken door een paar habitués van de camping die onder het mom van te vissen volgens ons eerder hele dagen aan de drank zaten. Bien had ze over ons reisplannen verteld en dat vonden ze geweldig. Op weg naar het ochtendtoilet stonden ze één voor één dan toch nog even stil om onze tandem uit te checken en vervolgens hoofdschuddend hun weg verder te zetten “naar achter”. Het is nog geen 9 uur wanneer we aanzetten. Vlot naar onze normen. Eigenlijk gaan nu pas echt Denemarken binnen. Gisteren waren we nog boodschappen gaan doen in de winkel net over de grens met Duitsland en ook voor het avondeten waren we nog overgestoken. Nu gaat het echt verder noordwaarts. In Denemarken is alles kleinschaliger dan in Duitsland. Je hebt de typisch rood met witte houten huizen, vaak met rieten daken, de banen zijn wat kleiner en hoewel het landschap zeer gelijkaardig is als pakweg een kilometer of vijf zuidelijker doet het toch allemaal wat gezelliger aan. 



Van Rudøl rijden we over de dijk naar Højer en zo langs de kust weer verder Noordwaarts. We krijgen een paar vlagen motregen over ons, maar de wind waait die onmiddelijk terug droog. De wind is dus ook terug van de partij. Er zijn nog zekerheden in het leven. We houden even halt aan Vesterende-Ballum een leuk klein typisch dorpje met een nog meer typisch kerkje. Als de architekt van dit model geld gekregen heeft voor elk exemplaar dat ze hebben neergepoot in Denemarken is hij slapend rijk geworden. Onderweg naar Ribe maken we voor het eerst kennis met de Deens kiezelwegen. Ook de ondergrond is heel anders van land tot land. In Nederland heb je goed onderhouden fietspaden langs de hoofdwegen, perfect in visgraat gelegde rode kasseien in de dorpjes, betonplaten op de dijken, en bestonden de “niet verharde wegen” eigenlijk voornamelijk uit vergruizelde schelpen, waardoor ze toch redelijk hard waren. In Duitsland lagen de fietspaden er bij momenten erbarmelijk bij met wortels van aanpalende bomen die voor ongelofelijke bobbels zorgden. Ook hier heb je in de dorpen rode kasseibanen, alleen liggen die niet in visgraat en een stuk hobbeliger. De rest zijn harde aarde wegen met de noodzakelijk putten en stenen. In Denemarken liggen de wegen er dus weer opmerkelijk beter bij, maar de kiezelwegen zijn een kwelling om met de fiets op te rijden. Het zijn grote ronde losliggende kiezels. Het is dus keihard doorstoempen. Met onze kleinere wielen trappen we dan ook al eens door. Je moet ook goed opletten dat je voorwiel niet wegglijdt, kortom geen ideale fiets ondergrond, maar het zijn net deze wegen die je naar de mooiere plekjes leiden. 

Het zijn dus via deze wegjes en mooie plaatsjes dat we uiteindelijk in Ribe aankomen. Het oudste stadje van Denemerken waar vroeger de handel bloeide, moet het nu blijkbaar toch vooral van het toerisme hebben. We poseren bij de Domkerk, werken een pasta naar binnen om dan via de oude huisjes ons terug een weg naar de kust te banen. Behalve het laatste stuk dat langs een grote baan loopt, is het een mooi stuk naar Esbjerg. Regenen doet het in de namiddag niet meer, maar de temperatuur is sterk gedaald en de wind is verder aangetrokken. Dat laastste is de aanloop naar morgen. We zijn moe en een beetje onderkoeld wanneer we is Esbjerg aankomen. De stad zelf, met de grootste haven Denemerken kan je moeilijk erg gezellig noemen. Dat komt waarschijnlijk omdat de stad pas in de 19e eeuw gebouwd werd. De vele laagbouw wijken doorspekt met shoppingmalls doen ons heel Amerikaans aan. Ik wil nog langs een fietswinkel passeren om naar een zadel te kijken voor Bien in de hoop iets comfortablers te vinden voor haar poep, maar die blijken allemaal al om 17u te sluiten. Een streep door de rekening. Dan maar inkopen doen voor de avond en de ochtend en op naar de camping. Die ligt toch nog een kleine 10km buiten de stad. Dat is ver op het einde van de dag. Het niet meteen het soort camping waar we het liefst verblijven, een grote met zwembad en alle andere voorzieningen. In Denemerken wil dat zeggen dat je ook een volledig uitgeruste keuken ter beschikking hebt. Kookplaten, oven, microgolf, alles er op en eraan. En dus ondanks dat het niet echt ons meug is zijn we blij er te zijn. We maken spagetti saus en verorberen die smaakvol met een glaasje witte wijn. Door de vermoeinde tocht en de wijn laat de man met de hamer niet lang op zich wachten en liggen we binnen de korste keren te slapen. ‘s Nachts worden we een paar keep opgeschrikt door hevige windstoten. Ik besluit zelf op te staan om de fiets wat te verzetten uit schrik dat die op of door de tent zou vallen. 

 




Bij het ochtendgloren blijken de weersvoorspellingen volledig te zijn uitgekomen. De wolkensluiers van gisterenavond zijn weggetrokken maar met deze wind blijft geen enkel toepet op zijn plaats zitten. 8 tot 9 Beaufort is niet meteen ons idee van een lekker weertje om een gezellige fietstocht te gaan maken, laat staan 100km of meer af te leggen. We twijfelen heel hard, maar besluiten uiteindelijk een stuk gemotoriseerd af te leggen. Voor morgen wordt gelijkaardig weer voorspeld. Nu zitten we nog vlakbij een grote stad en hebben we opties, als we nu gaan fietsen hebben we die morgen niet meer. Op weg naar het station worden we bijna van onze fiets geblazen. Een bevestiging van de juiste keuze. 



Wanneer we bij het station aankomen is de enige vraag nog waar naartoe? Een beetje tot onze verbazing, Esbjerg is de vijfde stad van Denemerken, zijn er geen loketten in het stationn enkel automaten. Ik had wel een spoorwegplan op het internet bekeken, maar niets overtreft het advies van een lokale spoorwegen expert. Wanneer ik wat opties bekijk via de automaat krijg ik het nummer van de klantendienst aangeboden. De expert op afstand, zoals het hoort de dag van tegenwoordig. De vriendelijke callcenter agent met dik Deens accent help me heel vriendelijk verder. Hirsthals direct, waar we de ferry op moeten naar Noorwegen, zal moeilijk zijn. Er  zijn werken op de lijn en die moeten met de bus overbrugt moeten worden, dus dat lukt niet met onze fiets. Dan maar naar Thisted. 






Dat is het verst noordelijke station in het westen van het land. Volgens de weer app, waait het daar wat minder en komt de wind meer uit het westen, dat zou in ons voordeel moeten zijn. Terwijl we op de trein door de grote ramen naar buiten kijken beklagen we het ons geen één keer dat we niet fietsen vandaag. De windmolens draaien dubbele shiften. De maïs ligt zo goed als plat tegen de grond. Drie lokale treinen en een uur of vier later komen we aan in Thisted. Het is net voor vieren. Op de trein hadden we de verdere opties bekeken. Eerst was het idee in twee kleine etappes naar Hirtshals te gaan. We besluiten echter vandaag nog een eindje te fietsen dan kunnen we morgen in één dag de dikke honderd kilometer naar Hirtshals overbruggen en eventueel een dagje langer in Bergen spenderen. De app heeft weer niet gelogen. De wind lijkt getempterd of zo lijkt het toch want voor het eerst sinds ons vertrek in Gent zit hij grotendeels mee en wind mee blaast altijd minder hard dan wind tegen. Op de kleine 200km die we met de trein aflegden is het landschap is duidelijk veranderd. Meer glooiend, wat meer bomen en meertjes. Mooi. 

We zoeven door het landschap tot net voor zevenen. Tijd om de tent op te zetten, eten klaar te maken en op tijd klaar te zijn om naar onze Rode Duidels te kijken. In Thisted kochten we sla en Røkvis. Er moet dus niet veel gekookt worden. We kopen nog een fles rosé bij de camping winkel. Het plaatje is volledig. De rest is geschiedenis. We zien de Duivels winnen tegen Brazilië in een match die zelfs voor een niet-voetbalfan als ik als puur entertainment kan worden beschouwd. We zullen onze Belgische vlag achteraan op de fiets met nog een beetje meer trots verder voeren. We worden ‘s nachts een paar keer bijna uit onze tent gewaaid, maar uiteindelijk blijft alles toch overeind. 


 

We staan wat vroeger op om zeker op tijd te kunnen vertrekken. De ferry vertrekt om acht uur deze avond. Laatste check-in is zeven uur. Er kan altijd iets fout gaan waardoor we tijd verliezen dus better safe than sorry. Maar de wind zit mee, de zon schijnt en de wegen zijn biljart tafels. Wat kan er fout gaan? Je vraagt je af of ze het er om doen die Denen, maar de namen die ze aan hun dorpen geven zijn bij wijlen hilarisch. Gisteren sliepen we nog een Jammerbugt, nu rijden we langs Slettestrand.


Een heel mooi strand, maar zonder flexe sletjes. Het eerste uur leggen we af aan een gemiddelde snelheid van 20km per uur. We reden nog nooit zo snel, een echt plezier. Vanaf Slettestrand gaat het verder de duinen door. Ook de Denen houden van vakantie aan zee. Maar in tegenstelling tot wat we kennen uit België en Nederland zetten ze hier pittoreske vakantiehuisjes in de duinen. Met hun groendaken verdwijnen ze soms bijna in het landschap. Ach, ik spreek me niet uit over wat vanuit een natuurbehoudstandpunt beter is, maar het ziet er in elk geval minder mottig uit dan een dijk vol beton. Om aan die huisjes te komen moet je over grintwegels en daar ploeteren wij ons een baan door. De wind lijkt ondertussen ook te draaien. We houden halt in Blokhus voor de lunch. Blokhus lijkt een beetje het plaatselijk Knokke Le Zoute, maar iets minder potserig. We kopen een sandwich in de lokale supermarkt en eten die op het centrale plein op. Daar worden ook Belgische wafels aangeprezen. Je voelt je direct thuis. Wanneer het broodje naar binnen gewerkt is volgen we terug de plakaatjes « 1 » van de Noordzee fietsroute. Die leiden ons recht naar het strand. We vragen ons af of we wel juist zitten, maar we zijn hier niet alleen. Eens te meer zeer amerikaans rijdt iedereen hier gewoon met de auto het strand op en leggen ze zich dan naast de auto, die als windscherm dient, te zonnen. Het zand is hard en we rijden wel, maar echt vlot bolt het toch niet. De wind is ondertussen weer helemaal gedraaid en komt pal uit het Noorden. De richting waar wij uitgaan. We duwen door tot plots ons voorwiel in het zand scheef wegzakt. Naarmate we verder gaan, rijden er minder auto’s het zand hard. We zijn te zwaar geladen om vlot de zandstrook te overbruggen, en ze is zeker nog 5km lang. Met de strikte deadline van de ferry in het achterhoofd besluiten we terug te keren en een alternatieve route te nemen. Die leidt ons eerst nog via macadam wegen, maar uiteindelijk toch terug de duinen in op het grintpad. Het is mooi, echt mooi, maar de tegenwind en het grint gecombineerd werken weer heel afmattend. 

Het contrast met deze ochtend kan niet groter zijn. We komen weer in een duinendorp met vakantie huisjes en profiteren even van een afdaling. Ik moet ergens een plakaatje gemist hebben want wanneer ik twee minuten later op de gps kijk zie ik dat we van de weg zijn afgeweken. De weg is ondertussen helemaal verzand. Terugkeren, bergop lijkt me geen optie. De kaart geeft aan dat we mits een klein stippellijntje terug op de route komen. Dat stippellijntje is natuurlijk een wandelpad door de duinen. We ploeteren met de tandem door een streepje los zand met aan weers zijden rozenbottel. Wanneer het eindelijk in zicht lijkt gaat het pad stijl omhoog. Ik kan wel ontploffen. Alles zag er perfect uit deze ochtend, en dan zo iets. We laden de bagage van de fiets en steken fiets en bepakking apart de duin over.


Voor we terug aanzetten kijk ik wijselijk of er ons geen andere verassingen te wachten staan. En ja hoor, een beetje verder staat er weer strandstrook op het programma. We wijken uit naar route 55. Een stuk minder charmant, maar die leidt ons wel in een rechte lijn naar Løkken. Tijd voor een ijsje. Terwijl de Twister voor verkoeling zorgt kijken we wat de rest van de weg naar Hirtshals nog in petto heeft. 42km langs de Noordzee fietsroute, 32km langs de grote baan. Het is ondertussen 16u. Met de duinen perikelen en de kiezelpaden achter ons besluiten het zekere voor het onzekere te nemen en gaan we langs de grote baan. Rond 18u komen we eindelijk in Hirtshals aan. De stad zelf stel niet veel voor. We dachten nog wat inkopen te doen voor op de boot maar vinden geen winkel en voor we het weten zitten we in de haven en rijden de check-in lane van de Fjordline ferry op. We fietsen vlot voorbij de rij met wachtende auto’s tot net voor het loket. We kijken even rond en wanneer een auto wegrijdt schuif ik aan naar het raampje van het loket. Of er speciaal fietsaanmeldpunt is, vraag ik naïef. Die is er niet en de loketbediende is niet opgezet met het feit dat we alle auto’s hebben voorbijgestoken. Ze vinden het heus niet zo erg repliceer ik en ik zwaai met een brede glimlach naar de mensen in de auto die we net voorstaken. Alsof we het afgesproken hadden, zwaaien ze breed glimlachend terug. “Het is goed voor een keer”, zegt de loket bediende, “maar de volgende keer moet je echt wel achter de auto’s aanschuiven”. Tja, de volgend keer. Na een uurtje wachten tussen onze motard vrienden komt de ferry de haven binnengevaren. Als wilde beesten die te lang hebben vastgezeten, racen de vrachtwagens, auto’s en mobilhomes het vrachtruim uit en nog een halfuurtje later mogen wij er het ruim in. We hebben dit wel eerder gedaan, maar het blijft wel wat bevreemdend. De verhouding tussen ons en de fiets en de vrachtwagens en de boot, er klopt iets niet aan. Maar veel tijd om na te denken is er niet. We verzamelen de bagage en begeven ons richting onze cabine. Er is weer een hoofdstuk afgesloten. Denemarken ligt achter ons. Op naar Noorwegen. Van hier gaat het in een stuk door naar Bergen. 












Vandaag is het zover: alweer een mijlpaal, de grens met Duitsland. De Noordzeefietsroute zou ons via Emden, Norden en Wilhelmshaven moeten leiden, maar ook nu besluiten we van de route af te wijken en in een rechtere lijn naar Nordenham te rijden om daar de Wezer over te steken naar Bremerhaven. Van Kolham/Foxhol gaat het grotendeels via het kanaal naar Bad Nieuweschans het laatste dorpje in Nederland. We volgen onbewust de Dollard-route die de eigenaar van de vorige camping ons aanbevolen had. Die leid ons langs alweer mooie dorpjes met opvallend veel huizen in wat we voor het gemak “Amerikaans Koloniale Stijl” zullen noemen. Want de gelijkenis met de bouwstijl met die van bepaalde dorpjes in Texas, waar we een jaar of twee geleden doorreden is treffend. 



Een grens is er niet echt, het is dus een beetje een anticlimax wanneer we volgens de kaart in Duitsland zijn maar daar geen noemenswaardige aanduiding voor hebben gezien. Dan maar een foto bij het eerste Duitstalige bord aan de spoorweg. Een beetje verder zijn we in Bunde, het eerste dorp in Duitsland. Tijd voor een Schnitzel mit Jaegersause en een frietje. Die pleegt enige tijd later een Blitzkrieg op mijn darmen waardoor ik gehurkt in de gracht terecht kom. Gelukkig zonder erg. Toch wat beter opletten met wat we eten onder de baan.



Het zal misschien niet helemaal verbazen, maar het is een stuk minder pittoresk in Duitsland dan in Nederland. We maken ons de bedenking dat het eigenlijk wat als Vlaanderen aandoet. Je waant je tussen de varkensboerderijen van Wingene. Er blijken ook twee soorten fietspaden. In tegenstelling tot wat we dachten zijn ook hier knooppuntroutes, maar daar hebben we niet echt een plan van en dan zijn er wat meer lange afstandroutes tussen dorpen aangeduid. Die laatste durven al eens via fietspaden langs grotere wegen lopen. We trachten toch een combinatie te maken met Google Maps als backup. We laten Leer links liggen. De campings zijn hier beduidend minder dik gezaaid en we hebben nog een fikse afstand af te leggen. Wat verder komen we onze eerste echte Biergarten tegen en dan is de verleiding toch te groot. “Ein Eisbecher mit Erdberen” kan er wel in. We werken die smaakvol naar binnen met zicht op het kanaal en het pontje. 


We vervolgen de weg naar Detern waar we in de lokale supermarkt eten inslaan voor de avond. Het is ondertussen al een uur of zes en we hebben nog een kleine dertig kilometer te gaan. Aan ons tempo betekend dat een uur of twee. We moeten van de landelijke baantjes afwijken en gaan dus de hele weg rechtdoor. Eerst langs een fijn aangelegd fietspad, maar op het einde wanneer de vermoeidheid echt toeslaat maakt dat plaats voor een kasseibaan die niet meer onderhouden lijkt te zijn sinds de tweede wereld oorlog. We hotsen en botsen ons een weg naar de camping. De aanpalende kroeg blijkt ingepalmd voor een trouwfeest. Gelukkig gedragen de gasten zich. De camping zelf is hyper georganiseerd. De receptie is, wanneer we om 20u30 aankomen gesloten, maar via de een aanmeldtelefoon krijgen we de eigenaar aan de lijn. Die zegt dat we onze tent op een veldje naast de ingang mogen stellen. Met een code krijgen we  toegang tot lade met een een badge en douche muntjes. Met de badge kunnen we overal binnen, inclusief in de ingerichte keuken, met winkeltje en een koelkast met frisse Paulaner. 


Het is na tienen wanneer we afscheid nemen van Herr Bösel, de eigenaar van de camping. En of we alles gevonden hebben en het naar onze zin hebben gehad. Eigenlijk zijn we niet veeleisend. Zolang het maar een beetje proper is en er lekker warm water uit de douche komt zijn we tevreden. 


De wegen ten zuiden van Zetel zijn veelal kasseibaantjes. Niet echt mijn dada zou mijn moeder zeggen, en hoewel Tom Boonen zegt dat je met de juiste snelheid daar over vliegt alsof het macadam is, heb we moeite om die snelheid te vinden. Via Varel gaat het naar de onderkant van de Jadeboezem richting Nordenham. Onderweg, Seefeld, komen we plots aan een lokaal marktje. Ideaal want het is zondag middag en veel open winkels hebben we nog niet gezien. We skippen de frituurkraampjes, oh neen, foodtrucks heet dat tegenwoordig, en kopen Swartzbrott met Leberwürst en wat lokale kaas. Met de halve komkommer die ik nog in de tas zitten heb vormt dat een autenthiek Duits middagmaal.





 In Nordenham gaan we dus nog maar eens de ferry op en steken we de Wezer over naar Bremerhaven. Zoals gezegd zijn hier beduidend minder camping dus moeten we goed nadenken tot waar we rijden. Gezien het zondag is besluiten we het zekere voor het onzekere te nemen en houden we halt aan de eerste camping die we tegen komen in Bad Bederkesa. Het is zes uur, en we komen niet aan onsgemiddeld aantal kilomters, maar het mag wel eens wat minder zijn ook. De camping in Bad Bederkesa heeft vroeger wel hoogdagen gekend, maar is duidelijk over de top heen. Behalve aan de kust waar je veel meer “echte” toeristen hebt valt het op de campings landinwaarts op hoeveel vaste gasten je hebt die vaak van helemaal van niet zo ver komen.

Wij planten onze tent rechttegenover een caravan met een gezin met twee tieners. Hun hond verwelkomt ons hartelijk. De vrouw excuseert zich voor de hond en feliciteert onze met onze inspanning. Hoe verder we van België verwijderd raken hoe meer bekijks we hebben en hoe meer mensen ons vragen van waar we komen en naar waar we gaan. We genieten van de extra tijd die we hebben en staan lekker lang onder niet door jetons beperkte de warme douche. De keuze voor deze camping was mede als de afstand bepaald door het aanpalend restaurant we we ons de vis en witte wijn lekker laten bekomen.
 

‘s Ochtends terwijl we al aan het afbreken zijn komt onze buurvrouw op ons af. Of we geen koffie willen? Ik zeggen neen en krijg prompt een Latte Machiato voorgeschoteld. De voordelen van iets luxueuzer te reizen neem ik aan. We raken aan de praat en maken gebruik van hun rafel en stoelen om te ontbijten. De bananen die we gisteren niet konden kopen omdat het zondag was steken ze ons gul toe om de anders wat droge havermout met noten vlotter naar binnen te werken. De babbel en wat uitgebreidere ontbijt heeft ons weer wat later doen verrekken, maar ook dat moet kunnen. Het gaat verder langs brede kanalen noordoostwaarts. Wie denk dat enkel de Duitse autobahn Baustellen heeft vergist zich. Ook wij stoten er op een paar en deze ene langs het kanaal sluit de hele weg af. “Umdrehen!” gediedt de jonge snotaap ons. Heb je het plakkaat dan niet gezien? Heel vriendelijk geef ik aan dat we onze weg niet zo goed kennen dat dat onze route langs deze weg loopt en of het misschien alsjeblieft toch mogelijk zou zijn de korte afstand langs de kraan met “marteaupickeur” in de berm af te leggen. Na een kort overleg met de verantwoordelijke der werken en een waarschuwing de volgende keer wat beter uit ons doppen te kijken, mogen we er toch langs. Dat heeft ons vlot 10km uitgespaard. We rijden verder tot in Wischhafen. Hier gaan de imposante Elbe over. 




Toch nog een voordeel van met de fiets te zijn, met een klein beetje een schuld gevoel rijden we gewoon langs de lange rij met wagens, mobilhomes en vrachtwagen die daar duidelijk al langer dan een uur staan aan te schijven. Wanneer wij aan de steiger komen is het vijf minuutjes wachten en kunnen we de boot op. Het is een mooie overtocht die ons weer op de Noordzeefietsroute brengt. Aan de overkant gaat het van Glückstadt via de Elbedijk naar Brünsbuttel. Het is al ver in de namiddag maar we vinden maar niets om te eten. Behalve visfrietkoten is er geen winkel of restaurant te bespeuren. In Brokdorf passeren we dan toch een supermarktje. De zoektocht naar een wat idillischer plaatsje om ons eten te verorberen brengt ons uiteindelijk in de voortuin van een huis langs de baan. Vanuit Brunsbüttel is het nog een kleine dertig kilometer naar onze bestemming. De moraal bij Bien zit niet echt hoog en het gaat weer langs een lange rechte baan tegen de wind in. We willen ook graag op tijd zijn want vanavond spelen de Duivels achtste finaletegen Japan. We willen die walk-over niet missen. We stoempen door tot Meldorf. De laatste inspanning heeft Bien wat gekraakt. Het gaat niet meer. Gezien Meldorf eerder een klein stadje dan een dorp blijkt te zijn, besluit ik op zoek te gaan naar een hotel. Het enige hotel in het centrum is volzet. Jammer het zag er zeer aanlokkelijk uit. De korte pauze heeft Bien echter weer moed gegeven. We gaan naar de supermarkt, de camping is maar een kilometer of vijf meer. De match is al begonnen wanneer we aankomen. Terwijl ik eten klaar maak zet Bien de tent op. Via de iPad kijken en luisteren wat van ver naar de erste helft. Geen walk-over dus. Wanneer we aan tafel gaan begint de tweede helft en verslikken we ons meermaals in ons biefstuk. We zien onze Duivels uitiendelijk toch weer winnen. Bien telefoneert nog met de kindjes en zo komt alles toch weer goed. 




We zitten niet al te ver meer van de Deens grens maar twijfelen toch wat ermee te doen. Via de Noordzeefietsroute is het nog een dikke 160km. Te veel dus om in een dag te overbruggen. We besluiten het er toch op te wagen en snijden het erste stuk naar Tönning en Husum recht af in plaats van via de kust te rijden. Onderweg eten we snel een broodje en in Husum is het weer ijsjestijd. Op het terras spreekt een Nederlander ons aan. Die is via Polen, de Baltische staten en Finland naar de Noordkaap gefietst en was nu via Zweden op zijn terugweg naar Utrecht. Een flinke onderneming, zeker zo helemaal alleen. Hij geeft ons wat interessante info mee rond kamperen in het Noorden. Ook Husum is weer een gezellig hevenstadje. Geen citytrip waard, maar zeker de moeite om te stoppen wannneer je er langs rijdt.


 Op de weg uit de stad stoppen we nog langs de apotheek. Talkpoeder. We hadden er eerder moeten aan denken. Na de dikke 50km langs de grote baan in de ochtend besluiten we toch weer langs de kust te rijden. De route is iets langer, maar hoogstwaarschijnlijk minder saai. Een gemengde keuze want we rijden inderdaad langs een stukje heel mooi natuurgebied een landtong met zicht op de Noordfriese Waddenzee. Tussen de schaapjes van poortje tot poortje. Onze vriend de wind is echter ook weer van de partij. Na meer dan een week word je er wel wat aan gewoon, maar echt comfortabel is het toch niet. Op den duur is het bijna meer het constante suizen in de oren dat vervelender wordt dan de tegenwerking van de wind. Op de rechte stukken en zeker met de wind zijn we iets minder van zeg. Een stuk door noodzaak, we horen elkaar toch niet, een stuk door de inspanning. Op die momenten zijn het wij, de fiets en de wind,...en onze ketting. Al sinds we duinen van Zandvoort verlaten hebben kraakt en piept het kreng dat het geen naam heeft. Net voor de Duitse grens had ik kettingwax gekocht, maar ik was er nog niet in geslaagd die eraan te smeren. Plots overvalt me de schrik, terecht of onterecht, dat de ketting misschien wel eens zou kunnen breken. We stoppen aan een inhammetje en ik smeer het goedje aan de ketting. Wanneer we onze weg vervolgen blijft enkel nog het suizen van de wind over in onze oren. In een zeldzaam windstil hoekje is het zelfs een beetje bevreemdend. We horen ons zelf niet rijden. 





Als een stealthvliegtuig beginnen we vanuit Dagebüll aan het laatste stukje Duitsland van deze trip. We laten het mooi stuk natuurgebied achter ons en zigzaggen ons een baan door de polders. Vanaf de honderdste kilometer wordt het iedere weer lastig. Het zijn niet zozeer de benen, waar we in het begin wel last van hadden, maar vooral het zitvlak. Ik zal de details besparen, maat het ziet er niet meer uit als een babypoepke. De laatste kilomters zijn dan ook af tellen, het is aan mij om te de moed te verliezen. Ik heb er even mijn kl%t$n van vol, maar de euforie is des te groot wanneer we eindelijk de Deense grens bereiken. Die wordt met een oude Tuborg reklame in de verf gezet. De camping ligt net over de grens. De Deense politie politie staat ons aan hun kant van de grens op te wachten. We zwaaien vriendelijk in de hoop onze paspoort te moeten bovenhalen, maar ze laten ons gewoon passeren. Ze zien hier wel meer zotten. 

 

Het is me trouwens wat die grenzen. Ze zijn zo gezegd al een tijdje verdwenen, het café langs Duitse zijde heet trouwens ook “Alter Deutscher Grenzkrug”, maar je steekt de grens over en plots spreekt men geen woord Duits meer. Enkel Deens en Engels. En hoewel we hier in een boerenhol eerste klas zitten staat langs Duitse zijde nog een supermarkt waar je chocolade en alcohol in economy verpakking kan kopen, omdat die zijn veel duurder in Denemarken. En dat blijkt. Het is 20.30 en in het restaurant naast de camping waar ik heimelijk gehoopt had nog een feestelijk diner te kunnen bemachtigen heeft de kok het op een lopen gezet. De serieuze biedt ons echter haar beperkte kookkunst aan in de vorm van rijkelijk belegde boterhammen. Na 120km is alles een feestdiner zeker in combinatie met een glas wijn en een pintje. 




Wannner ik de rekening vraag klokken we af op €43. Die Vikingen weten fiks door te rekenen voor boterhammen met mede. Het verklaart ook waarom de helft van de camping op wolken loopt. Die teren waarschijnlijk op de “goedkope” drank uit de supermarkt vijf minuten verder aan de Duitse grens. 

Tijdens de rustdag doen we weer de was en schrijven we verhaaltjes. Een ideale dag activiteit om uit te rusten. Het is bewolkt. De eerste dag sinds ons vertrek. Ondanks onze belofte terug te komen, nemen we ‘s avonds de proef op de som en gaan we dineren in der Alter Deutscher Grenzkrug aan de overkant van de grens. We drinken soep eten elk een halve kip met extra sla en drinken evenveel als gisteren en zijn nauwelijks meer geld kwijt. Dat beloofd dus voor de komend dagen en weken. Soit we zijn weer een grens over en na een dag rust in de poep en de benen, met versgewassen kleren klaar voor de laatste rechte lijn naar Noorwegen. We hebben een dikke 960km achter de rug. Naar Hirtshals is het nog een 500-tal km. Dat is hopelijk voor eind deze week, begin volgende week.